Posts tonen met het label Nederlandstalige poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlandstalige poëzie. Alle posts tonen

dinsdag 18 oktober 2011

M. Vasalis: Een ondoordringbaar star mysterie

Klein oeuvre
Tal van liefhebbers van het kleine poëtische oeuvre van Vasalis: Margarethe Droogleever-Fortuyn Leenmans (1909-1998), van beroep (kinder)psychiater, zijn ervan overtuigd dat ze veel meer gedichten in portefeuille had ─ verborgen in een bureaulade of elders ─  dan we in de drie gepubliceerde bundels [1], aangevuld met enkele losse bijdragen aan Tirade, het literaire tijdschrift van uitgeverij Van Oorschot. Het zou ─ vooral volgens diezelfde liefhebbers, ongetwijfeld mede gedreven door wensdenken ─ door haar terughoudendheid, die mede werd ingegeven door de aard van haar medische beroep ─ ondanks de vrijheid van een grote liefde ─, gelijk opgaand met haar afkeer van publiciteit, te danken zijn dat de 'resterende poëzie' binnenshuis is gebleven en niet "over de rand van mijn bestaan" werd geplaatst.


De dichteres M. Vasalis, burgerlijke naam Margarethe
Droogleever Fortuyn-Leenmans. Foto van Chris van Houts,
overgenomen van de website van uitgeverij Van Oorschot.



Alledaagse dingen
De strofen
Vreemd, dat het leven zo terug gaat komen  
achterstevoren . . . . .
passen bij de omstandigheid dat (de) poëtische teksten van de dichteres Vasalis worden geciteerd in overlijdensberichten, die doorgaans te maken hebben met alledaagse dingen, of dat nu vogelpootjes in de sneeuw zijn of de koeien, die zo vaak geschilderd zijn, of wanhoop en welsprekendheid.
Dat alledaagse dingen het leven ─ en derhalve de poëzie ─ van Vasalis beheersten, kwam ook naar voren in haar dankwoord tijdens de uitreiking van de P.C. Hooftprijs in 1982. ". . . poëzie die zich bezighoudt met de kleine dingen van het leven . . .", aangevuld met de ironische kwalificatie "typisch vrouwelijke poëzie."

Profiel van de Ikon

In de aflevering van de reeks Profiel van de Ikon, welke op woensdag 19 oktober ─ tussen 22:55 uur en 23:35 uur ─ via Nederland 2 zal worden uitgezonden onder de titel Vasalis over deze "grootste dichter met het kleinste oeuvre", komt aan de orde dat ze net iets meer heeft gerealiseerd dan binnen het kader van haar medische professie en haar dichterschap bekend is geraakt. Zo schreef ze toespraken voor haar studie-jaargenote Juliana van Oranje (eveneens geboren in 1909), en was ze bevriend met veel dichters van voor, tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog, en later met Gerad Reve, die ze enorm heeft gesteund, onder meer als getuige deskundige in een pleidooi tijdens diens geruchtmakende Ezel-Proces.

Tot slot, passend in de dagen dat de Profiel-aflevering over Vasalis wordt uitgezonden:
De kruinen ijl, de stammen bloot

en dit door stilte en mist omgeven [2]
__________

[1] De titels van de bundels poëzie van M. Vasalis luiden:
Parken en woestijnen (1940)
[aanvankelijk verschenen bij A.A.M. Stols]
De vogel Phoenix (1947)
Vergezichten en gezichten (1954)

[2] De laatste regels van het gedicht Oktober uit de bundel De vogel Phoenix.
__________

NB: De VPRO-Gids, per week slechter van inhoud, meldt dat de dichteres in Rolde woonde. Dat is onjuist: ze woonde in het Drentse Roden, onder de rook van Groningen.

vrijdag 2 januari 2009

Pol de Mont — IJskristallen

IJSKRISTALLEN

Blankberijmd, vol ijskristallen,
praalt en prijkt de lange laan,
waarop bleke stralen vallen
van de volle blanke maan.

Op wát takken neer mag vallen,
bleek en blank, één straal der maan,
kaatsen honderd ijskristallen
vlammenpijlen door de laan.

Plots, als van de daken, vallen
winden, brallend, in de laan,
dat, alom, al de ijskristallen
wieglen, waggelen in de maan...


En mij dunkt, die ijskristallen,
waglend, wiegelend in de maan
'k hoor ze klingelend, klangelend vallen,
'k zie ze vonkelend, flonkerend vallen,
in de lange, langelaan...,
tjinkelend vallen, tjankelend vallen,
honderdtallen, duizendtallen
vallen, vallen, vallen, vallen
in de lange, lange laan.
__________
Pol de Mont (1857-1931)
Uit: Natuur 1890-1922
opgenomen in Zomervlammen — Verzen (1922)

zondag 7 december 2008

Alice Nahons visie op het natuurfenomeen Mist


MIST

Dees dag is als een moede man
Die langs een strate, grijs en stil,
Zijn droefenis niet kroppen kan
Maar toch niet schreien wil.

Over de mulle wegen zweeft
Een waas van onverschilligheid . . .
Vrouw die zich zonder liefde geeft
En heengaan zonder spijt.

Daar zeeft wat zonne-lichternis
Door 't miezerige mist-gordijn . . . :
En ziel die niet zó treurig is
Maar toch niet blij kan zijn.

'k Ben bang dat ik eens zelve word
Gelijk dees overtrokken dag:
Een kind dat nimmer tegenmort
Maar nooit meer zingen mag.

Alice Nahon (1896-1933)
Uit: Op Zachte Vooizekens (1921)

zondag 2 november 2008

Twee Nederlandstalige Allerzielen-gedichten

ALLERZIELEN

En lange stoeten van zwarte vrouwen
Gaan langs de graven en weenen weenen . . . .
De lange sluiers van zwarte rouwe
Schuren jammrend-schril op de kille steenen;

Veel lange stoeten van doode droomen
Gaan spokig-zacht langs m'n oogen heene;
De blaren vallen van bruine boomen,
Mist hangt op aarde te weenen, weenen . . . .

ANNIE SALOMONS
(1885-1980)
Uit: Verzen
voor het eerst verschenen in 1905
bij C.A.J. van Dishoeck, Bussum







* * * * * * * * * * * *

ALLERZIELEN

Zwijgende menschen
Over de straat. . .;
't Is of ze peizen. . .
Wellicht komt er een lief gelaat
In hun gedachten rijzen.

En rits'lend reuz'len
Over den weg
Verdroogde blaren. . .;
Daar komt iets van hun dood gezeg
Over m'n jeugd gevaren. . .

't Is Allerzielen. . .;
Over die blaân
Langs de doode kanten,
Heb ik daar straks een vrouw zien gaan
Heur armen vol kryzanten. . .

ALICE NAHON
(1896-1933)
Uit: Vondelingskens
voor het eerst uitgekomen in 1920 bij
A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij
te Leiden