dinsdag 15 januari 2008

Wintergedichten van internationale poëten

WINTERNACHT
Nicht ein Flügelschlag ging durch die Welt,
Still und blendend lag der weiße Schnee,
Nicht ein Wölklein hing am Sternenzelt,
Keine Welle schlug im starren See.
Aus der Tiefe stieg der Seebaum auf,
Bis sein Wipfel in dem Eis gefror;
An den Ästen klomm die Nix herauf,
Schaute durch das grüne Eis empor.
Auf dem dünnen Glase stand ich da,
Das die schwarze Tiefe von mir schied;
Dicht ich unter meinen Füße sah,
Ihre weiße Schönheit Glied für Glied.
Mit ersticktem Jammer tastet' sie
An der harten Ecke her und hin.
Ich vergaß das dunkle Antlitz nie,
Immer, immer liegt es mir im Sinn.
__________
Gottfried Keller (1819-1890)
Uit: Sämtliche Gedichte
______________________________
WINTERNACHT
Cellolied
Ich schlafe tief in stiller Winternacht
Mir ist, ich lieg in Grabesnacht,
Alsob ich spät um Mitternacht gestorben sei
Und schon ein Sternenleben tot.
Zu meinem Kinde zog mein Glück
Und alles Leiden in das Leid zurück.
Nur meine Sehnsucht sucht sich heim
Und zuckt wie zähes Leben
Und stirbt.
Ich schlafe tief in starrer Winternacht,
Mir ist, ich lieg in Grabesnacht.
__________
Else Lasker-Schüler (1869-1945)
Uit: Sämtliche Gedichte.
Meer van en over de uitzonderlijke schrijfster Else Lasker-Schüler is te vinden in enkele van onze bijdragen op het fin de siècle weblog All art is quite useless van Rond1900.nl, verleden jaar: haar Liebeslied is in de kolommen van dat elektronische magazine afgedrukt op 11 september 2007. Andere voorbeelden uit haar werk, in dit geval met achtergronden over haar leven, zijn opgenomen in ons artikel van 24 april dit jaar: Dichten over de liefde — in de Duitse taal van toen en heden, eveneens in dat fin de siècle magazine.
_________

ET MAINTENANT VOICI L'HIVER
Et maintenant voici l'hiver,
et mon qui s'était allé,
revenu heureux dans da terre
sachant que tout est à aimer,
depuis le ciel, depuis la mer
jusque mieux et plus humblement
les objes de toutes manières
fidèles ineffablement.
Or foi mise ainsi dans les choses
alors voic mon testament,
aux bous, à l'eau, aux fleurs de roses,
léguant mes joies d'hommes et d'enfant,
car en arbres, toits et maisons,
à mains rouges mieux qu'en prières,
tout me fut doux, tout me fut bon
selon l'outil selon la pierre,
et repos e soit à présent
en eux après labeur et peine,
et de mon blé, mauvais et bons
à vos ici corbeille pleine.
__________
Max Elskamp (1862-1931)
Uit Enluminures (1898)
De Franstalige, Belgische dichter Max Elskamp werd in 1862 te Antwerpen geboren. Als dertigjarige debuteerde hij met Dominical, een jaar later gevolgd door Salutations à la Vierge. Daarin kunnen we — in een uitzonderlijke vorm en in een taal, die blijk geeft van zware beproevingen — zijn religieuze hartstochten volgen. Dat is ongetwijfeld mede beïnvloed door het feit dat hij aan de voet van de katedraal werd geboren. Ook zijn onverbrekelijke band met het Vlaamse land is van blijvende, zo niet van doorslaggevende invloed op zijn werk gebleven. Zoals we bij diverse andere, Franstalige, dichters van Vlaamse origine hebben kunnen vaststellen, heeft ook bij Elskamp die mixtuur van religieus mysterie, natuurverbondenheid en realiteitsbesef ertoe geleid dat hij buiten de zogenaamde scholen en stromingen is terechtgekomen.
In zijn latere levensperiode is hij in zijn bundels veel minder zwaar op de hand en is ook alles in eenvoudiger taal verwoord. Hij staat dan duidelijk onder invloed van Paul Verlaine.
__________
ROSES IN DECEMBER
Roses, roses in December,
Like a dream of golden June,
Roses, faintly red, and ember
Of a fire that died too soon.
On your stems with scarce a leaflet,
And your heads bowed down with dew,
Roses, roses in December,
Droops my heart with tears like you.
Roses, roses in December,
Dream of all that year may bring,
When the winter frosts surrender
All their prey to lovely Spring.
Whe her tender breath shall fan you,
When my true love comes again,
Roses, roses in December,
We shall each forget our pain.
___________
Daisy Beacham
Afgedrukt in Cassell's Magazine, December 1907
____________
Afbeeldingen
1. Gottfried Keller, portret uit 1886, door Karl Stauffer-Bern (1857-1891).
2. Else Lasker-Schüler.
3. Max Elskamp.
4. Rode Roos.

zondag 13 januari 2008

Ode to Gaia — De toestand van onze planeet in de reeks Words and Music, zondag op BBC Radio 3

Jamie Gover en Sian Thomas lezen op zondag 13 januari tussen 23:15 uur en 01:00 uur prozateksten en poëzie met betrekking tot de toestand van onze planeet, afgewisseld met muziek van diverse, zeer verschillende, maar allen bijna even beroemde componisten. De namen van Schubert en Mahler, maar ook die van Peter Maxwell Davies en John Cage wisselen Debussy en Harrison Birtwistle, alsmede tal van anderen af.
Onder de titel Ode to Gaia klinkt die muziek tussen gesproken teksten uit de laatste eeuwen: William Wordsworth, Emily Dickinson en vele anderen, tot en met Wystan Hugh Auden en Philip Larkin. De meeste namen van deze schrijvers behoren ook tot de top der bekende pennenvoerders, al zal niet iedereen allen kennen, maar dat geldt eveneens voor de muziekmeesters, die in deze ruim honderd minuten aan bod komen.
Voor een exact overzicht van alle gesproken teksten en gespeelde muziek kan men terecht op de website van dit programma.
___________
Afbeeldingen
1. Jamie Glover.
2. Deel van de voorzijde van het stofomslag van de gebonden Faber&Faber-editie met Philip Larkins poëzie.

vrijdag 11 januari 2008

Acht verfilmde verhalen van Guy de Maupassant — via TV5 Monde, met Nederlandse ondertitels

Onvergankelijke literatuur in bewegende beelden
Acht verhalen van de onnavolgbare Franse meesterverteller Guy de Maupassant (1850-1893) zijn in 2007 door diverse vooraanstaande Franse regisseurs, onder wie de oudere grootmeester Claude Chabrol [1], speciaal voor televisie verfilmd, en worden dezer dagen vertoond in het programma van TV5 Monde. De programmagidsen vermelden dat de uitzendingen onder meer zijn voorzien van Nederlandse ondertitels. In totaal zijn er acht verhalen verfilmd, waarvan in de week van maandag 14 tot en met vrijdag 18 januari op twee avonden, woensdag de 16de en vrijdag de 18de, nog weer twee uur lang deze verfilmde verhalen op het scherm zullen verschijnen. [2]
Op vrijdag 11 januari worden, laat op de avond, reeds twee uur van deze verfilmingen uitgezonden, op zaterdag 12 januari, op een veel vroeger tijdstip, eveneens twee uur lang, tussen 18:25 uur en 20:25 uur.

De erfenis
Als eerste, om 18:31 uur, de één uur durende omzetting in bewegende beelden van het verhaal L'héritage. Ministerieel commies Cachelin dingt er bij zijn dochter — die de enige erfgename van een vermogende tante zal zijn — om met een collega van het ministerie te trouwen. Na het overlijden van de tante blijkt echter dat er een voorwaarde in het testament is opgenomen: binnen drie jaar moet dochterlief een kind hebben. Maar de man met wie ze op aandringen van papa in het huwelijk is getreden, blijkt echter steriel te zijn. Om het drama nog wat meer dimensie te verlenen, heeft papa al één van zijn andere collega's uitgekozen . . . . . [3]

Twee vrienden
Een uur daarna volgt het verhaal Deux amis. Dat speelt zich af tijdens de bezetting van Frankrijk door de Duitsers. Twee vrienden denken vol nostalgie terug aan de tijd dat ze ongedwongen samen konden vissen, en ze
nemen het besluit om, ondanks de bezetting, het er maar weer eens op te wagen, maar dan worden ze gearresteerd . . . . wegens spionage.
Deze film, die slechts 30 minuten duurt, werd gerealiseerd door Gérard Jourd'hui. De twee belangrijkste rollen worden gespeeld door Philippe Torreton in de rol van Morissot, en Bruno Putzulu als diens vriend Sauvage.

[1] Op maandag 14 januari presenteert TV5 Monde, tussen 18:30 uur en 20:30 uur, Chabrols politiefilm Poulet au vinaigre uit 1985. Daarin treden enkele grootheden van het Franse witte doek op: naast Michel Bouquet en Jean Poiret speelt de ooit-echtgenote (1964-70) van Chabrol: Stéphane Audran. Om 21:00 uur volgt een latere misdaadfilm van Chabrol op Arte-televisie. Meer daarover op onze zustersite Tempel der Filmkunst.
[2] Aangezien sommige afleveringen een half uur duren, is het niet uitgesloten dat er in een gereserveerd uur twee verfilmde verhalen zullen worden vertoond. Op die manier kan het geheel ook geen acht uren aan zendtijd vergen, maar zijn zes (en in het uiterste geval zeven) uren voldoende.
[3] Als ik me niet sterk vergis, heeft de Tros decennia geleden in een reeks opgenomen verhalen van Maupassant ook deze geschiedenis in een televisiebewerking gerealiseerd.
____________
Afbeeldingen
1. Guy de Maupassant.
2. Vader Cachelin (Eddy Mitchell) in het verhaal L'héritage.
3. De beide vrienden Morissot en Sauvage (Philippe Torreton en Bruno Putzulu) in de verfilmde versie van het verhaal Deux amis.

zaterdag 5 januari 2008

Krieg und Frieden — Tolstojs superepos als boek

Eén van de tien beste literaire boeken
In een persoonlijk vraaggesprek met de Duitse schrijver Martin Walser (geb. 1927) kwam het onderwerp van de allergrootste literatuur aan bod, en in dat kader viel tevens het begrip de tien beste romans uit de wereldliteratuur. Daar vielen namen van auteurs: De Fransen François Rabelais en Gustave Flaubert, de Engelse collega's Jonathan Swift en Daniel Defoe, de Duitser Johann Wolfgang von Goethe, Adelbert Stifter en Thomas Mann, de Zwitsers Gottfried Keller en Robert Walser en de Russen Fjodor Dostojevski en Lev Nikolajevitsj Tolstoj [1]. Hoewel menigeen andere accenten zou kunnen leggen, zullen degenen, die Tolstojs Война и мир (Oorlog en vrede) ook werkelijk hebben gelezen (in de zin van opnemen en nadrukkelijk beschouwen — zoals het aren lezen achter de maaiers), grosso modo de mening van Martin Walser wel kunnen delen. De titel is kort en krachtig en past in de diverse politieke, historische, maatschappelijke en persoonlijke momentopnamen, die in het boek worden behandeld. Je moet er dan ook niet aan denken dan Tolstoj zijn oorspronkelijke plan, dit onovertroffen meesterwerk de kasteelboeket-titel Eind goed — al goed mee te geven. Dat zou volgens Heinrich Böll (1917-1985) — die in 1970 Annäherungsversuch heeft geschreven dat als een speciaal Nawoord in de huidige pocketeditie is opgenomen — wel eens menig intellectueel hebben kunnen afschrikken, die dan heel wat omwegen nodig gehad zou hebben om toch weer met het boek in aanraking te komen. En Böll voegt daar aan toe dat er weinig romans in de wereldliteratuur bestaan, die iemand het lezen zo goed kan bijbrengen als juist Krieg und Frieden. Geheel kritiekloos is Böll overigens niet, en dat met recht. Hij wijst erop dat Tolstoj de lezer voortdurend tegemoet komt, maar hem vervolgens weer afschrikt met zijn waarschuwende wijsvingertje. Iets, dat in de persoonlijkheid van Tolstoj overigens vaker te signaleren viel, in extra-literaire situaties [2].
Verder ziet Heinrich Böll de gehele Russische literatuur als reusachtige wandelingen, en een der belangrijkste daarvan is Tolstojs onvergankelijke epos. Ook Bölls voorganger in de reeks van Duitse schrijvers, die de Nobelprijs voor Literatuur hadden toegekend gekregen, Thomas Mann (1875-1955), was diep onder de indruk van dit boek: "Die erzählerische Macht dieses Werks ist ohngeleichen."

Duitse vertaling
In oktober 2007 heeft Deutscher Taschenbuch Verlag een nieuwe druk gerealiseerd van de Gesamtausgabe — de achtste van de pocketeditie sedert 1990 — in één deel van bijna 1.600 bladzijden met een relatief kleine, doch goed leesbare letter. Dit besluit zal mede zijn ingegeven door de verfilming in vier afleveringen op prime time, de komende twee weken (vanaf zondag 6 tot en met dinsdag 16 januari) via het tweede Duitse televisienet ZDF, u weet wel: die club met de idiote zelfverheerlijking in de vorm van een groot aantal imbeciele spotjes tussen programma's in, waarin allerlei vooraanstaande lieden uit kunst en cultuur, uit filmwereld, en van waar niet al, de leeghoofdige, en absoluut nodeloze en nutteloze — ergo: volstrekt overbodigde — kreet ten beste geven: Mit dem Zweiten sieht man besser. Net gek!
De vertaling van Война и мир door de schrijver Werner Bergengruen (1892-1964), stamt van nu exact een halve eeuw geleden. Ik had gehoopt in enkele van diens boeken met Schreibtischerinnerungen, respectievelijk andere terugblikken, iets tegen te komen over zijn ervaringen met het vertalen van dit omvangrijke epos, maar in de mij ter beschikking staande literatuur is dat niet gelukt. De man was een zeer lateraal denker en juist de vele zijpaden, die hij in zijn niet belletristische verhalen en essays bewandelde, en het invoegen van niet onmiddellijk herkenbare associaties, maakt zijn werk zo extra boeiend. Derhalve moeten er eenvoudigweg duizenden 'betrekkelijkheden' zich aan hem hebben opgedrongen tijdens het componeren van een zo eindeloos lijkend stuk literatuur. Hij was immers een man, die zich kon laten meeslepen door het bezielde in de wereld, het zinnelijk waarneembare, of dat nu een bewegend dier in de natuur, dan wel een wat statischer element als een sieraad of een rozenstok, dan wel een bijzonder schrijfbureau (als het zijne was). Hij kon zich uiten in verschillende vormen, maar zijn ware temperament liet zich nimmer verloochenen. Kortom, een man met zoveel facetten als mens èn als schrijver, dat hij in ieder geval alle voor een herschepping benodigde niet-taalkundige elementen in zich verenigd wist. In zijn eigen geschriften heeft hij het ook niet laten ontbreken aan aspecten van afkeer en regelrechte haat jegens tyrannie en andere vormen van terreur of absolute politieke, maatschappelijke en menselijke duisternis.

Episch monument
De handeling van Lev Tolstojs roman Krieg und Frieden valt ongeveer samen met het begin van de negentiende eeuw, en, meer specifiek, met de Napoleontische oorlogen, die tussen 1806 en 1812 woedden, en die eindigden met een zege voor Rusland. Het lot van twee adellijke families, die tezamen de protagonisten leveren voor dit omvangrijke prozawerk, wordt heel intens beïnvloed door de historische gebeurtenissen. Tolstoj combineert hier ware gebeurtenissen in de alledaagse 'buitenwereld' en historische persoonlijkheden, tegenover verzonnen figuren. Zo creëert hij een enorm breed spectrum aan menselijke gestalten met hun drijfveren en de daaruit resulterende gedragspatronen: een zeer kleurrijk geheel met steeds wisselende decors, die zich aanbieden in de veelal luxueus ingerichte huizen op enkele landgoederen, met daartegenover de gebeurtenissen in de stad, waar allerlei festiviteiten worden georganiseerd, welke echter geenszins de elementen van strijd — oorlog in het klein — verdoezelen. Hoewel de titel doet vermoeden dat oorlog en vrede de elementen zijn, die in eerste instantie betrekking hebben op de historische gebeurtenissen, blijkt al gauw dat ze veeleer zijn geassocieerd met en hun climax vinden in de romanfiguren en hun temperament.

__________
[1] In volgorde van de auteursnamen waren de hierna genoemde romans volgens Walser de beste tien: Gargantua et Pantagruel; Madame Bovary; Gullivers Travels; Robinson Crusoë; Die Wahlverwantschaften; Der Zauberberg; Der grüne Heinrich; Geschwister Tanner; 'Die Brüder Karamasow' en 'Krieg und Frieden'.
[2] Toen de adellijke Lev Tolstoj — die in zijn jonge jaren nog persoonlijk ongehoorzaam personeel de zweep had laten proeven — in zijn latere jaren sympathie kreeg voor een wat socialer, en zelfs socialistische, maatschappij en dientengevolge soberder wilde leven, hield hij dat doorgaans ook wel vol. Als er zich echter onvoorbereid bezoek aandiende, viel hij woedend uit naar zijn naasten met vragen als waarom er geen eend kon worden opgediend. . . .
____________
Leo Tolstoi: Krieg und Frieden — Gesamtausgabe in einem Band
Aus dem Russischen übertragen von Werner Bergengruen
Mit einem Nachwort von Heinrich Böll
1.584 pag., paperback; Deutscher Taschenbuch Verlag, München 2007 — ISBN 978-3-423-13071-4. Prijs € 25,— (in de BRD, maar ook bij Boekhandel Die Weisse Rose te Amsterdam).
____________
Afbeeldingen
1. Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828-1910), in 1887 geschilderd door Ilja Rjèpin (1844-1930).
2. Heinrich Böll (1917-1985). Monument in brons te Berlijn.
3. Werner Bergengruen (1892-1964). Vertaler van Krieg und Frieden. Foto overgenomen van het voorplat van Gestern fuhr ich Fische fangen . . . — Gesammelte Gedichte (1992; Arche, Zürich).
4. Voorplat van de Duitse pocket-editie van Krieg und Frieden, dtv 13071.

vrijdag 4 januari 2008

. . . met deze aura van nobele onschuld — twintigste-eeuwse lyriek over engelen

Bodes van de hemel, en van dichters
In de dagen van weleer werden engelen als boden der goden — in het monotheïstische daarentegen van die ene God — gezien. Tegenwoordig bestaat er echter steeds meer een wereldse instelling jegens fenomenen, die men niet direct begrijpt en/of kan verklaren, dan wel helemaal niet kent. Derhalve worden engelen — of die nu lief zijn en meegaand, dan wel vertoornd of zelfs boosaardig — door velen eerder als booodschappers van dichters ervaren.
Hans Stempel en Martin Ripkens, auteurs van kinder- en tevens van jeugdboeken, en adviseurs van een groot mediaconzern, hebben reeds enige anthologieën samengesteld, die mit succes werden bekroond. In het onderhavige geval der 'hemelse boodschappers' hebben de een anthologie in zeven hoofdstukken samengesteld, die zich met het thema in de lyriek van de twintigste eeuw bezighouden, en wel vooral in de Duitse literatuur, echter tevens met enige gedichten, die uit andere talen in het Duits zijn vertaald. De zeven verschillende hoofdstukken behandelen engelen in de context van resp. toevlucht, toorn, afschied, tederheid, opgewektheid, geschiedenis en van engelen in een vluchtig voorbijgaan.

Verrassend
Dat zich tussen al die bekende en nog bekendere dichters ook namen bevinden, die niet onmiddellijk een heel scala aan boektitels, feiten und fictie oproepen, kan nauwelijks verbazing weckken. Dat zich tussen al die schrijvend werkzame lieden ook de internationaal hoog gewardeerde pianist Alfred Brendel bevindt, ist een interessante en zeer aangename verrassing. Kennelijk heeft deze musicus oren naar meer dan 'alleen' noten. Hem gunnen wij dat maar al te graag.
Het mooi vormgegeven boekje bevat bijdragen van 88 dichters von A bis W: Anna Achmatowa tot en met Gabriele Wohmann.


WENN DIE ENGEL KOMMEN

Wenn die Engel kommen
erzählen sie gerne Geschichten
etwas ungereimt freilich
Engel lieben Unsinn
informieren uns über Gott und die Schöpfung
alles frei erfunden
sehen aus wie Paradiesvögel
oder junge Propheten
oder schöne geflügelte Damen
flatterhaft
aber mit dieser Aura nobler Unschuld
selbst wenn sie uns bedrängen
uns mit ihren Flügeln zudecken
den Himmel öffnen
Müttern erscheinen sie als Putten
werde geherzt und entfleuchen wieder
Auf Denkmälern sitzend
putzen sie sich
wie die Schwalben

Alfred Brendel (geb. 1931)
Uit: Störendes Lachen während des Jaworts
Wien, München 1997 (Hanser Verlag)
____________

DER ENGEL IM WINTER

Ich aber traf ihn nachmittags im Wald.
Ein Wunder das durch Buchenräume ging,
So menschenfern, so stegend die Gestalt,
Daß blaue Luft im Fittich sich verfing;

Das Antlitz schien ein reines, stilles Leid,
Sehr sanft und silbrig rieselte das Haar,
In großen Falten schritt das weiße Kleid.
Er schaffte nichts, er sagte nichts; er war.

Und nichts an ihm, was schreckte, was verbot.
Und dennoch: keines Sterbens Weggenoß,
Daß meine Lippe, ob auch unbedroht,
Erstaunten Ruf, die Frage stumm verschloß.

Ein Blatt entwehte an sein Gürtelband,
Vergilbt und schon ein wenig krausgerollt;
Er fing und trug es in der schmalen Hand
Wie ein Geschenk aus Bronze und aus Gold.

Wer sah ihm zu? Das Eichhorn, rot am Ast,
Und Rehe, die das Buschwerk schnell verlor.
Und Erlen wanden schon im Abendglast
Wie schwarze Schlangen züngelnd sich empor.

Er regte kaum die dünne Blätterschicht
Mit weichem Fuß. Es hatte ewig Zeit.
Und zog: wohin? In Stadt und Dörfer nicht.
Er wallte außer aller Wirklichkeit.

Nicht unsre Not, nicht unser armes Glück,
Nur keusche uhe barg sein Schwingenpaar.
Ich folgte nach und stand und blieb zurück.
Er brachte nichts, er sagte nichts; er war.

Getrud Kolmar (1894-1943)
Uit: Gedichte

Der Engel neben dir — Gedichte zwischen Himmel und Erde
Herausgegeben und mit einem Nachwort von Hans Stempel und Martin Ripkens.
176 Seiten, Paperback, Originalausgabe.
Deutscher Taschenbuch Verlag, München, december 2007;
ISBN 978-3-423-13625-9. Prijs € 8,50 (in de BRD en in Amsterdam bij Boekhandel Die Weisse Rose).

Afbeeldingen
1. Voorplat van de dtv-uitgave met gedichten over engelen.
2. De Pianist, essayist und lyricus Alfred Brendel.
De Foto werd enige decennia geleden genomen.
3. Die lyrische dichteres Gertrud Kolmar. Ze werd vermoedeljkh in Auschwitz omgebracht.
4. Die beide auteurs van de anthologie, Hans Stempel en Martin Ripkens. De Foto von Ursula Zeidler werd van de achterflap van het omslag van hun boek Das Glück ist kein Haustier — Eine Lebensreise (dtv 24227) overgenomen.

woensdag 2 januari 2008

BBC 4-documentaire over de schrijver van het Dagboek van een onbenul op BBC 2-televisie

Documentaire op BBC 2
Geprogrammeerd in de nacht van woensdag 2 op donderdag 3 januari 2008, te beginnen om 00:20 uur onze tijd, en met een lengte van een uur, wil BBC Four, via BBC Two, ons door middel van een documentaire met als titel The real Mr Pooter, laten kennismaken met George Grossmith (1847-1912), acteur, librettist, componist, zanger en schrijver. Als librettist is zijn naam verbonden aan diverse komische muziekdramatische werken van het nog steeds opgevoerde duo Gilbert and Sullivan. In de laatste hoedanigheid kreeg Grossmith bekendheid door zijn in 1892 uitgegeven roman The diary of a nobody. Dit boek was oorspronkelijk in het tijdschrift Punch verschenen, en in juni van bovengenoemd jaar alsnog in boekvorm, maar voor die gelegenheid is het aanzienlijk uitgebreid. De illustraties zijn van Weedon Grossmith. In 1981 is het in een Nederlandse vertaling van Peter Andriesse als Dagboek van een onbenul bij Peter van der Velden in Amsterdam uitgekomen.

Literair buitenbeentje
Fijnproevers met betrekking tot vooral de understatement-humor van de Angelsaksische cultuur hebben ruim een eeuw dit dagboek enorm kunnen waarderen. Het document laat ons kennisnemen van de banaal-dagelijkse beslommeringen van Mister Pooter, die voortdurend op voet van oorlog verkeert met vlerkerige kantoorbediendes, onbeschofte handelslieden van de deftige stadskantoren in de buitenwijken van het toenmalige Victoriaanse Engeland. Tevens biedt Mr. Pooter ons een beeld van zijn 'onbedaarlijke' zoon Lupin, en komen we uiteindelijk niet los van de gedachte dat alles van a tot z één grote grap is, de auteur incluis. Maar dat zou hij wel eens zo bedoeld kunnen hebben.
____________
Afbeeldingen
1. George Grossmith, zoals afgebeeld in het tijdschrift The idler, in 1897.
2. Voorplat van de Nederlandse versie van George Grossmith succesvolle boek.

dinsdag 1 januari 2008

De geboorte van Januari, gezien door de Engelse auteur William Makepeace Thackeray, in 1839

Roman verfilmd
William Makepeace Thackeray, is onder meer de auteur van de roman Barry Lyndon. De verfilming daarvan, in 1975 door Stanley Kubrick, wordt hedenavond uitgezonden op het tweede Belgische, Nederlandstalige net Canvas. Zie daartoe meer in het artikel op de zustersite Tempel der Filmkunst.
Thackeray (1811-1863) schreef vanaf zijn jonge jaren. Niet alleen romans, maar tevens humoristisch getinte bijdragen voor diverse tijdschriften, waarvan Punch wel het bekendst is.
De milde sfeer aan de oppervlakte — doch hoedt u voor dubbele bodems — roept associaties op met de geschriften van onze Nederlander Hildebrand (Nicolaas Beets).

Milde humor

Thackeray heeft in 1839 de maanden van het jaar op zijn geheel eigen, onderhoudende manier beschreven in Stubb's Calendar or The Fatal Boots, opgenomen in The comic Almanac, 1839. Weer later, in 1841, opgenomen in Comic Tales and Sketches, en veertien jaar daarna in Miscellanies, Vol. I.


Some poet has observed, that if any man would write down what has really happened to him in his mortal life, he would be sure to make a good book, thogh he had never met with a single adventure from his birth to his burial; how more then must I, who have had adventures, most singular, pathetic, and uparalleled, be able to compile an instructive and entertaining volume for the use of the public.
I don't mean to say tat I have killed lions, or seen te wonders of travel in the deserts of Arabia or Prussia; or that I have been a very fashonable character, living with dukes ad peeresses, and writing my recollections of them as the way now is. I never left this my native isle, nor spoke to a lord (except an irish one, who had rooms in our house, and forgot to mpay three weeks' lodging and extras; but, as our immortal bard observes, I have in the course of my existence been so eaten up by the slugs and harrows of outrageous fortune, and have been the object of such continual and extraordinary ill-luck, that I believe it would melt the heart of a mile-stone to read of it—that is, if a mile-stone hada heart of anythig but stone.
Twelve of my adventures, suitable for meditation and perusal during the twelve months of the year, have been arraged by me for this work. They contain a part of the history of a great, ad, confidently I may say, a good man.
. . . . .
Als u hierdoor voldoende bent geprikkeld, leest u die stukken dan zelf eens; ze zijn het, na bijna zeventien decennia, nog steeds waard, althans voor degenen, die van deze humor houden.
___________
Afbeeldingen
1. Zelfkarikatuur van William Makepeace Thackeray.
2. Tekening van George Cruikshank (1792-1878), die onder meer internationale faam heeft verworven met zijn illustraties voor de Dickens-edities. Van 1835-1853 was hij als tekenaar verbonden aan de in de tekst genoemde Comic Almanac.
3. George Cruikshank, houtgravure-portret, verschenen in Harper's Weekly Newspaper, op 16 maart 1878.