Posts tonen met het label Duitse literatuur: lyriek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duitse literatuur: lyriek. Alle posts tonen

maandag 15 juni 2009

Ludwig Uhlands gedicht Das Schwert in handschrift

Het zwaard van de dichter
Op mijn Duitse culturele website Kulturtempel heb ik reeds eerder enkele gedichten van Ludwig Uhland (1787-1862) in handschrift afgedrukt. Vanzelfsprekend heb ik diezelfde tekst in drukletters toegevoegd, aangezien nog slechts weinigen een dergelijk origineel kunnen lezen.
Dat zal eveneens het geval zijn met de tekst van dezelfde dichter, die u hieronder kunt aantreffen, en dat — als we ons tot jaren beperken — exact twee eeuwen geleden is geschreven. Das Schwert stamt uit 1809. Opvallend is dat in het handschrift twee coupletten meer staan — tussen het tweede en derde — dan in alle edities met (de) gedichten die ik van deze schrijver heb geraadpleegd. In de facsimile van het handschrift dat ik in het deel met de gedichten van deze auteur in een doos met afgeschreven boeken bij een plaatselijk antiquariaat zag liggen — en daarom voor de somma van een halve euro het mijne mocht noemen —, staan die vijf coupletten eveneens, maar ik de kopie tussen deze tekst heb ik die twee extra vierregelige gedeelten achterwege gelaten.



Das Schwert

Zur Schmiede ging ein junger Held,
Er hatt' ein gutes Schwert bestellt;
Doch als er's wog in freier Hand,
Das Schwert er viel zu schwer erfand.

Der alte Schmied den Bart sich streicht:
"Das Schwert ist nicht zu schwer noch leicht,
Zu schwach ist Euer Arm, ich mein';
Doch morgen soll geholfen sein.

Nein, heut, bei aller Ritterschaft!
Durch meine, nicht durch Feuers Kraft."
Der Jüngling spricht's, ihn Kraft durchdringt,
Das Schwert er hoch in Lüften schwingt.

* * * * * *

Tal van verschillen
Al bijna een halve eeuw ben ik in het bezit van een editie met poëzie van deze veelzijdig werkzame auteur, zowel in de letteren, alsook in maatschappelijk opzicht, onder meer als jurist op het Ministerie van Justitie te Stuttgart en later als paktiserend advocaat. Toch heb ik me meer dan eens laten verleiden een andere editie, zelfs als die uit hetzelfde uitgevershuis afkomstig was, te accepteren, en dat blijkt zinvol te zijn geweest, want alle drie edities van de Bibliographische Anstalt zijn op wezenlijke punten verschillend: de ene meldt, in de Inhoudsopgave, naast elk gedicht het jaar van ontstaan — voor zover dat bekend is, een tweede heeft een lang inleidend essay over leven en werk van de auteur, de derde editie mist die jaartallen en beperkt zich tot enige summiere informatie. Maar daarbij gaat het dan ook om een volksuitgave van meer dan een eeuw geleden, waarvan de redactie kennelijk — en niet altijd geheel ten onrechte — ervan uitging dat het de minder ontwikkelden om de poëzie zelf ging en niet om parafernalia.
Zaterdag vond ik de derde versie van diezelfde uitgever, en afgezien van een behoorlijke biografische inleiding was daarin opgenomen een facsimile van het handschrift met het gedicht Das Schwert. Vandaar dat ik het voor die halve euro, die het moest kosten, toch maar heb meegenomen.
____________
Afbeeldingen
1. De dichter Ludwig Uhland, geschilderd door Christoph Friedrich Dörr.
2. Handschrift met drie van de vijf coupletten van het gedicht Das Schwert.
3. Voorplat van een ongedateerde uitgave aan het eind van de negentiende eeuw met drie delen in één band, uitgegeven door de Bibliographische Anstalt, Berlin.

donderdag 28 mei 2009

Goethe's Maylied in handschrift — en leesbaar


Nu de maand mei van het lopende jaar zich naar een roemloos einde spoedt, kunnen we, hier en nu, nog net even actueel zijn door het Maylied op te nemen van de, ook internationaal, meest befaamde dichter van het Duitse taalgebied: Johann Wolfgang von Goethe.
Zoals dat het geval is met zoveel gedichten — somtijds, zoals ook hier, van slechts enkele tientallen woorden — die uit de ganzenveer van deze auteur zijn gevloeid, heeft ook dit relatief korte gedicht een individuele geschiedenis. Het is voor het eerst verschenen onder de titel Mayfest in het tijdschrift Iris in 1775. Goethe heeft dit gedicht pas in 1789 opgenomen in een boekdeel met gedichten, in het kader van een achtdelige, in de periode 1787-1790 uitgekomen, uitgave bij Göschen. Hoewel er algemeen van wordt uitgegaan dat Maylied is ontstaan tijdens een verblijf van de schrijver in 1771 te Sessenheim, en dat ook wel waarschijnlijk is, bestaat daarover echter geen absolute zekerheid.
De versie in handschrift is overgenomen uit Goethe: Gedichte in Handschriften — Fünfzig Gedichte Goethes; gekozen en toegelicht door Karl Eibl, in 1999 als Originalausgabe verschenen bij Insel Verlag, Frankfurt am Main und Leipzig (als it 2175).


* * * * * *

Maylied.

Wie herrlich leuchtet
Mir die Natur!
Wie glänzt die Sonne
Wie lacht die Flur!

Es dringen Blüten
Aus jedem Zweig
Und tausend Stimmen
Aus dem Gestraüch

Und Freud und Wonne
Aus jeder Brust.
O Erde o Sonne
O Glück o Lust!

zaterdag 10 januari 2009

Friedrich Gottlieb Klopstock — Der Eislauf (1764)

DER EISLAUF

Begraben ist in ewige Nacht
Der Erfinder großer Name zu oft!
Was ihr Geist grübelnd entdeckt, nutzen wir;
Aber belohnt Ehre sie auch?

Wer nannte dir den kühneren Mann,
Der zuerst am Maste Segel erhob?
Ach, verging selber der Ruhm dessen nicht,
Welche dem Fuß Flügel erfand!
























Und sollte der unsterblich nicht sein,

Der Gesundheit und Freuden erfand,
Die das Roß, mutig im Lauf, niemals gab,
Welche der Reih'n selber nicht hat!

Unsterblich ist sein Name dereinst!
Ich erfinde noch dem schlüpfenden Stahl
Seinen Tanz! Leichteres Schwungs fliegt er hin,
Kreiset umher, schöner zu sehn.

Du kennest jeden reizenden Ton
Der Musik, drum gib dem Tanz Melodie!
Mond und Wald höre den Schall ihres Horns,
Wem die des Flugs Eile gebeut!

O Jüngling, der den Wasserkothurn
Zu beseelen weiß, und flüchtiger tanzt,
Laß der Stadt ihren Kamin! Komm mit mir,
Wo des Kristalls Ebne dir winkt!

Sein Licht hat er in Düfte gehüllt;
Wie erhellt des Winters werdender Tag
Sanft den See! Glänzenden Reif, Sternen gleich,
Streute die Nacht über ihn aus!

Wie schweigt um uns das weiße Gefild!
Wie ertönt vom jungen Froste die Bahn!
Fern verrät deines Kothurns Schall dich mir,
Wenn du, dem Blick, Flüchtling enteilst.

Wir haben doch zum Schmause genug
Von des Halmes Frucht? und Freuden des Weins?
Winterluft reizt die Begier nach dem Mahl;
Flügel am Fuß reizen sie mehr!

Zur Linken wende du dich! ich will
Zu der Rechten hin halbkreisend mich drehn.
Nimm den Schwung, wie du mich ihn nehmen siehst:
Also! nun fleug schnell mir vorbei!

So gehen wir den schlängelnden Gang
Am dem langen Ufer schwebend hinab.
Künstle nicht! Stellung, wie die, lieb ich nicht,
Zeichnet dir auch Preisler nicht nach.

Was horchst du nach der Insel hinauf?
Unerfahrne Läufer tönen dort her!
Huf und Last gingen doch nicht übers Eis,
Netze noch nicht unter ihm fort.

Sonst späht dir dein Ohr ja alles; vernimm,
Wie der Todeston wehklagt auf der Flut!
O wie tönt's anders! wie hallt's, wenn der Frost
Meilen hinab spaltet den See!

Zurück! laß nicht die schimmernde Bahn
Dich verführen, weg von Ufer zu gehn!
Denn wo dort Tiefen sie deckt, strömt's vielleicht,
Sprudeln vielleicht Quellen empor.

Den ungehörten Wogen entströmt,
Dem geheimen Quell entrieselt der Tod!
Glittst du auch leicht, wie dies Laub, ach! dorthin,
Sänkest du doch, Jüngling, und stürbst!
___________
Friedrich Gottlieb Klopstock (1724-1803)

dinsdag 2 september 2008

Hugo von Hofmannsthal — Die Frau ohne Schatten

Aangezien er deze maand september in ons land acht voorstellingen worden gegeven van een geheel nieuwe enscenering van de opera Die Frau ohne Schatten, in 1919 gecomponeerd door Richard Strauss (1864-1949), op basis van een oorspronkelijk sprookjesverhaal uit hetzelfde jaar van Hugo von Hofmannsthal (1874-1926), leek het ons een goede gedachte ook een uittreksel uit 1915 van een gelijknamig gedicht van dezelfde auteur onder de aandacht van onze lezers te brengen, en daarmee meteen een selectie uit diens gedichten waarin dit fragment is opgenomen, in uw belangstelling aan te bevelen.

DIE FRAU OHNE SCHATTEN (Auszug — 1915)

Die Ungeborenen

Hört, wir gebieten euch:
Ringet und traget,
daß unser Lebenstag
herrlich uns taget!
Wasihr an Prüfungen
standhaft durchleidet,
uns ists zu strahlenden
Kronen geschmeidet!
. . .

Vater, dir drohet nichts,
siehe, es schwindet schon,
Mutter, das Ängstliche,
das euch beirrte.

Wäre denn je ein Fest,
wären nicht insgeheim
wir die Geladenen,
wir auch die Wirte!
__________
Hugo von Hofmannsthal — Die scheue Schönheit kleiner Dinge — Gedichte.
Auswahl und herausgegeben von Dorothea Tetzel von Rosador.
160 pagina's, kleine paperback; Deutscher Taschenbuch Verlag, München, 2004. ISBN 978-3-423-13256-6. Prijs € 7,50 (in de Bondsrepubliek en bij Boekhandel Die Weisse Rose in Amsterdam).

donderdag 14 augustus 2008

Facsimile van een Novalis-gedicht in handschrift

Weinigen, en vooral zeer weinig Nederlanders en andere niet (oudere) Duitstaligen zullen dit fraaie handschrift van Novalis [1 kunnen lezen. Daarover dacht de uitgever — Insel-Verlag zu Leipzig — zo'n zeven decennia geleden net zo. Achterin het boek met 45 facsimile's met gedichten van Ernst Anschuß via Martin Luther en Johann Martin Usteri zijn slechts zes daarvan in druk opgenomen — in die dagen in Fraktur [2] een lettertype dat heden ten dage ook de meeste jonge Duitstaligen niet meer kunnen lezen [3]. Novalis' gedicht staat daarin ook afgedrukt.


Ich sehe Dich in tausend Bildern,
Maria, lieblich ausgedrückt,
Doch keins von allen kann Dich schildern,
Wie meine Seele Dich erblickt.

Ich weiß nur daß der Welt Getümmel
seitdem wir wie ein Traum verweht,
Und ein unnennbar süßer Himmel
Wie ewig im Gemüte steht.

__________
[1] Pseudoniem van Georg Friedrich Philipp Freiherr von Hardenberg (1772-1801).
[2] In de tweede (onderbouw)klas van het lyceum — na de Tweede Wereldoorlog kreeg men in de vorm van onderwijs niet meer, zoals vóór WO II, in de eerste klas reeds Duits — heeft de docent ons nog een hele pagina uit een mede door hem geredigeerd boek in Fraktur laten lezen, maar dat was het.
[3] Het is eventueel op particuliere scholen in het Duitse taalgebied nog gebruikelijk om aandacht aan deze — veelal ten onrechte als Gothisch gekwalificeerde — letters aandacht te besteden. Studenten Germanistik krijgen dat later wel voor de kiezen en na een paar dagen lezen ze het net zo snel en goed (of net zo langzaam slecht) als de Latijnse letters.
____________
Afbeeldingen
1. Facsimile van het gedicht van Novalis.
2. Frakturversie van hetzelfde gedicht.
3. De dichter der Duitse Romantiek Novalis.
__________
NB: Voor meer facsimile's van oorspronkelijke Duitse gedichten verwijs ik u naar een gelijksoortige bijdrage met het laatste van de Sonnette von Orpheus van Rainer Maria Rilke op mijn Duitse site Kulturtempel. Op mijn Belgische site Cultuurspectrum is ook heden nog een Goethe-gedicht uit hetzelfde boek te lezen.

donderdag 17 januari 2008

Enige zeer verrassende poëzie-bijdragen van de Amerikaan Henry Wadsworth Longfellow (2)

Twee van de allerberoemdste gedichten van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) zijn de beide met de titel Wandrers Nachtlied. Het eerste is geschreven op 12 februari 1776, het tweede stamt van (hoogstwaarschijnlijk 6 september) 1780.

WANDRERS NACHTLIED

Der du von dem Himmel bist
Alles Leid und Schmerzen stillest,
Den, der doppelt elend ist,
Doppelt mit Erquickung füllest,
Ach, ich bin des Treibens müde!
Was soll all der Schmerz und Lust?
Süßer Friede.
Komm, ach komm in meine Brust!

EIN GLEICHES

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.

Onder de uit veel Europese talen, vooral uit het Duits, in het Amerikaans overgebrachte, al dan niet heel direct, dan wel naar de geest vertaalde, gedichten bevindt zich ook een 'omzetting' door de ongelooflijk erudiete Henry Wadsworth Longfellow (1807-1885).

WANDERER'S NIGHT-SONGS.

FROM GOETHE.

I.

THOU that from the heavens art,
Every pain and sorrow stillest,
And the doubly wretched heart
Doubly with refreshment fillest,
I am weary with contending!
Wy this rapture and unrest?
Peace descending
Come, ah, come into my breast!

II.

O'er all the hill-tops
Is quiet now,
In all the tree-tops
Hearest thou
Hardly a breath;
The birds are asleep in the trees;
Wait; soon like these
Thou too shall rest.

Uit: A Handful of Translations
In: The Oxford Edition of the Poetical Works by Longfellow

____________
Afbeeldingen
1. Goethe's handtekening. Hier in gouddruk op bruine lederen ondergrond.
2. Monogram van de naam H.W. Longfellow. Hier in gouddruk op zwarte lederen ondergrond.