zondag 12 oktober 2008

Marcel Reich-Ranicki weigert Fernsehpreis

Schandaal
De beslist niet altijd even redelijk optredende Marcel Reich-Ranicki — één van de meest vooraanstande literatuurcritici in het hele Duitse taalgebied en veelal gezien als de literatuurpaus bij uitstek in het kader van de literatuur in het algemeen en de Duitstalige in het bijzonder — heeft dit weekeinde voor veel ophef gezorgd door de Deutsche Fernsehpreis te weigeren wegens gebrek aan niveau in het bewuste medium.
Je kunt in diverse kaders best één en ander tegen Reich-Ranicki in stelling brengen, je kunt van harte met hem van mening verschillen over bepaalde boeken, zoals Günther Grass' roman Ein weites Feld, waartegen Reich-Ranicki een privé-oorlog heeft gevoerd, puur op basis van vooringenomenheid en totale insensitiviteit bij het lezen van dat boek. Maar deze faux pas kan men niet als maatstaf nemen voor zijn algehele functioneren, en het gaat evenmin aan om hem te verwijten dat hij voor een schandaal zorgt als hij — op basis van zijn, weliswaar veelal extravert emotioneel geuite, oprechte bezwaren — iets ten rechte aan de kaak stelt. De man heeft in deze context het gelijk volkomen aan zijn zijde.
Presentator van de avond waarop al die Fernsehpreise zouden worden uitgereikt Thomas Gottschalk — waarmee onmiddellijk het bezwaar van de al te grote oppervlakkigheid jegens het medium televisie in de Duitstalige gebieden niet beter kon worden onderstreept — heeft hem daarop voorgesteld een televisiediscussie van een uur lengte te organiseren tussen de directe hoofdverantwoordelijken voor het verzamelmedium televisie in die contreien enerzijds en aan de andere kant Marcel Reich-Ranicki. "Ich akzeptiere das. Mal sehen was daraus wird," luidde de reactie van de inmiddels 88-jarige.[1]
Dat hoeft geen zinloze aangelegenheid worden, zeker niet als men voor een rechtstreekse uitzending zorgt, waarin niet (meer) kan worden geknipt. Wel moet die Gottschalk als 'moderator' daar verre van blijven, aangezien de totale zinloosheid anders van tevoren vaststaat.

[1] Zo luidde een mededeling binnen de melding van de Tagesschau van het eerste Duitse televisienet ARD/Das Erste. Het dagblad Frankfurter Rundschau daarentegen meldt dat het aanbod een uitzeding van een uur inhield, die Reich-Ranicki naar eigen inzicht gestalte zou mogen geven.

woensdag 8 oktober 2008

Herfstwee in de optiek van René de Clercq

Een dwarse dichter
De Vlaamse dichter René de Clercq heeft welzeker een veelbewogen leven geleid, niet in de laatste plaats als gevolg van de politieke en maatschappelijke keuzes die hij op tal van fronten heeft gemaakt.
Ooit heeft hij gepleit voor opheffing van de Belgische staat — een wens die we aan het begin van onze huidige, eenentwintigste eeuw ook niet zelden uit datzelfde land hebben horen klinken, een goede eeuw nadat De Clercq dat een optie leek—, maar De Clercq kwam het op een beroepsverbod te staan, door de koning persoonlijk ondertekend
René de Clercq werd in 1877 geboren te Deerlijk — hetgeen in dit geval een exogeen Nomen est omen verdient — en hij is in 1932 te Maartensdijk overleden.

HERFSTWEE.

In reke.
langs de beke,
en lijk bijeengevlucht,
]vol schamelheid en schaamte,
geraamte bijgeraamte,
de boomen in de schemerlucht.
hoog riujzen ze in hun rildheid,
die reuzen, bronzig bruin,
en steken vol gestildheid,
lijk stommen, kruinbij kruin.
Hun breede voeten
duiken ze in het boordevolle bed
der beweeggaande wateren, die met
een lagen zang hun hooge smert verzoeten.
Grauw omendomme ligt de wee
die 's zomers groenegroeiend deinde,
en zong gelijk een zachte zee,
geluidloos in een weedom zonder einde.
Geen kalfjes rond een luie koe
die hippewippend huppelen.
Geen koeien kerft een wilgeroe
tot wisschen en tot knuppelen.
Alleenig ligt het gras nu, moe
en tenden tot besterves toe,
vol dikke, matte druppelen.
En lijze, onhoorbaar haast,
doch zichtbaar
aan den drijf der avonddoomen
blaast
een doodenadem nog een loverke uit de boomen,
rolt het, glazig-nat en nersch,
alover 't streuvelende gers,
tot in de biezen die de beek omzoomen;
en laat het dan,
gevallen, van
het laagste lisch, heel langzaam boven 't water stroomen.

Uit: Land, opgenomen in de
verzamelbundel Gedichten


Op de titelpagina van het fraai vormgegeven boek ziet u dat mijn exemplaar er een is uit de tweede, Vermeerderde druk en dat de boekversieringen zijn gerealiseerd door J.B. Heukelom (1875-1965). De eerste druk van het — dus verminderde boek — was uitgekomen in1896.
De uitgave bij Van Looy uit 1911 is verschenen in de Roo' Rozen Serie. Opvallend is de prijs die het in die dagen moet hebben gekost: een geïllustreerd en gebonden boek van 260 bladzijden met opdikkend papier. De bewuste bundel neemt drie nummers van de reeks in beslag; dat betekent dat het boek ingenaaid voor 50 cents per nummer — één gulden vijftig dus — verkijgbaar was. Indien men een gekartoneerde versie wenste, kostte dat 30 cents per nummer extra, in de gebonden editie 50 cents per deel extra. Het luxe geheel heeft bijna een eeuw geleden slechts drie gulden gekost. Wat een glorieuze boekentijd was dat.

dinsdag 7 oktober 2008

Pol de Mont, dichter in Vlaanderen, over Oktober

Een ware, klassieke bard
De Vlaamse meester-dichter Pol de Mont (1857-1931) was degene, die ervoor heeft gezorgd dat Hélène Swarth een Tachtiger werd en niet in het Frans bleef schrijven en publiceren. Hij had de ware dichteres in haar herkend. De titel van zijn bundel Zomervlammen, op 1 september 1922 weliswaar gedrukt te Antwerpen, maar in Leiden uitgegeven door A.W. Sijthoff 's Uitgeversmaatschappij, is in zoverre — vanuit de lezer gedacht — misleidend, aangezien deze in principe niet verwacht dat ook daarin eveneens herfstgedichten te vinden zullen zijn. Doch aangezien nergens wordt gepretendeerd dat er alleen zomerse toestanden in dat boek te vinden zullen zijn, is het een goede zaak om eerst eens de inhoudsopgave te bekijken, dan zal men zien dat ook de maanden april en mei erin voorkomen, en ook die zijn, van oudsher althans niet doorspekt met zomervlammen — althans, tot dusver niet, want je weet immers niet exact wat er door die klimatologische veranderingen op onze planeet over achttien of over tachtig jaar zal zijn gebeurd.
Zomervlammen telt 200 bladzijden met in totaal 122 gedichten. Het exemplaar dat ik, nu vijf jaar geleden, heb gekregen, is één van de honderd genummerde exemplaren: 97 staat erin met een numeroteur. Deze spciale exemplaren werden gedrukt op oud-Engels papier en door de dichter 'getekend'.


OKTOBERAVOND

Een uitspansel van lood... Heel hoog, inktzwarte
traag heendrijvende wolken; lager, bij
de oneffen horizon, die van het Zuiden
onmerkbaar glooiend naar het Noorden loopt,
pikdonkre strepen op groenachtige grond,
en — lager nog, de kimme rakend schier,
een dunne, rode, helverlichte strook...
Daaronder strekt, beeld van verlatenheid
en arme, zich een onfzienbare vlakte:
steenachtig land, waarop slechts hier en daar
wat pover onkruid wegteert, wijl, heel ver,
een enkle boom, verwrongen door de storm,
wat schaduw spreidt. —
Krijtachtig loopt, gelijk
een lange slang, een smalle wegel dwars
door 't eenzaam veld, en pikzwart, slechts van binnen
geelrood verlicht, verrijst uit twintig schouwen
een dikke smoor uitpaffend, de fabriek,
zwoegend uit hese longen in de stilte
van vallende avond door het eenzaam veld,
zuchtend, als wilde de onbezielde stof
te zamen vatten in één enkle zucht
al 't menslik lijden, dat die muren bergen...

Uit: Natuur (1890-1922) als onderdeel
van de bundel Zomervlammen (1922)


maandag 6 oktober 2008

Ook Hélène Swarth wist van herfst en van October

Vermogen tot absorberen
De terecht veel geroemde zintuiglijke ontvankelijkheid van de Tachtiger Hélène Swarth (1859-1941) heeft haar aangezet zoveel over de natuur en de jaargetijden te dichten, niet alleen over lente en zomer, ook wel tevens over herfst en winter, om van haar talrijke andere thema's in deze context vooralsnog maar te zwijgen. Gezien ons huidige vertoeven in de wijnmaand van het jaar 2008 en ons bemoeien om u toch nog — eventueel opnieuw — te laten kennismaken met aloude dichtregels betreffende deze maand en dit jaargetijde, regels en verzen die hun plaats binnen de ontwikkelingsgeschiedenis van de Nederlandse letteren hebben verdiend, komt nu, na de Tachtiger Hein Boeken en de fijngevoelige Annie Salomons, eveneens Hélène Swarth in deze kolommen aan bod met enkele bij de periode van het kalenderjaar passende gedichten.








HERFSTDAG.

Als een vorstin, verwelkt en ziek en oud,
Zich rijk laat tooien met haar mooiste praal
En stervende, in haar hooggewelfde zaal,
Koninklijk troont in dos van purpr en goud
— Onder 't blanketsel voelt zij 't aanschijn vaal,
Waarvoor zij vaak een zilvren sluier houdt —
Zoo praalt nog trotsch het stervend Herrefstwoud,
Doch weet, vol weemoed, voor de laatste maal

Eer wilde Orkaan haar goud en purpr ontroof,
Eer wervelt meer haar kroon van ritslend loof,
Bedt haar getrouwen 't Woud een kleurfestijn.

Doch blij azuur doet brekende oogen pijn.
Straks roept ze een wolk, dat die een voorhang schoof
Tussen haar lijden en den zonneschijn.

Uit: Late rozen
Verschenen in de Bibliotheek der Dichters
van J.M Meulenhoff te Amsterdam, 1920







IN OCTOBER.


Nu vallen alle blaadren af,
De herfst is overal
Maar in mijn ziel bloeit zomerloof,
Dat nooit verwelken zal.

Ik voel mij veilig aan uw borst,
Uw arm is om mij heen.
Kus zacht mijn warme tranen weg:
Ze zjn voor u alleen.

De vogels vlieden ver van hier,
Bij bloem en balderval,
Maar in mijn ziel klinkt liefdezang,
Die nooit verstommen zal.

Droef zingt de wilde najaarswind
Een winterprophetie.
Als ik uw stem maar hooren mag!
Als 'k maar uwe oogen zie!

Het dorre loover dwarrelt neer
En hecht zich aan mijn haar.
En 't wordt mij bang, of dit nu 't eind
Van onze liefde waar.

O klem mij vaster aan uw hart
En lach niet als ik ween,
Maar kus mijn warme tranen weg:
Ze zijn voor u alleen.

Uit: Verzen (1915) onderdeel
Liederen en Elegieën, nr. XXII
P.N. van Kampen, Amsterdam
__________

De hier afgebeelde dichtbundels van Hélène Swarth zijn nog steeds verkrijgbaar. De dikkere bundel Verzen kost flink wat meer, echter variërend van een kleine twintig tot honderd euro, afhankelijk van de staat waarin het boek verkeert en om welke editie — eerste druk of speciaal gebonden — het gaat.
____________
Afbeeldingen
1. Hélène Swarth; tekening uit 1896, van Tachtiger-schilder Hendrik Johannes Haverman (1857-1928).
2. Ornamentje uit de verzamelbundel Verzen, boven een nieuw onderdeel.
3. Ornament bovenaan een nieuw onderdeel van de bundel Verzen.
4. Voorplat van een door zonlicht enigszins aangetast exemplaar van Late rozen uit 1920.
5. Voorplat van de, in grijs linnen met rode ornamentiek, gebonden editie van Verzen, een verzamelbundel met vijf onderdelen, voor het eerst verschenen in 1915 bij P.N. van Kampen te Amsterdam.

Annie Salomons dichtte eveneens over October

Wijnmaand-poëzie
Tachtiger Hein Boeken — wiens gedicht over de maand waarin ook wij nu leven in de bijdrage hieraan voorafgaand staat — werd in de literaire memoires [1] van de schrijfster wier gedicht over die maand we vandaag afdrukken — en dat vijf jaar eerder dan dat van Boeken in een bundel, met de eenvoudige titel Verzen, van haar, Annie Salomons (1885-1980), opgenomen is — als "een betrouwbaar, beminnelijk en een wijs kind" omschreven. Ze heeft hem, zo vertelt ze ongeveer een halve eeuw later, voor het eerst ontmoet in Amsterdam — "Het zal 1904 of 1905 zijn geweest," noteert ze.
In laatstgenoemd jaar is haar gedicht over de tiende maand van het kalenderjaar voor een breder publiek toegankelijk gemaakt via opgemelde verzamelbundel met 81 gedichten, waarvan diverse over de lente gaan. De herfst wordt via slechts twee bijdragen bezongen: October en Novemberdag.

OCTOBER.

Dit is de maand der bleeke chrysanthemen,
Die in de zwakke herfstzon afscheidsgroet
Heur droeve pracht in dorren tuin doen weenen —

De bruine blaren ritslen door m'n voet
En in 'n boomtop, licht van mist omsluierd,
Jammert 'n vogel of hij sterven moet.

In donker-droeve dorheid van de bedden
Doen zij alleen haar late bloemenplicht,
Als of van dooden zomer iets te redden. —

Uit zwart-vochte aarde staan ze opgericht
Als diep-bedroefde vrouwen, die verloren
Het lief, dat eens haar had tot bruid verkoren;

En die in droefenis haar levensglòèd
Opbrandden, maar, toch levend, blijven weenen
Om liefde's vroegen dood — o chrysanthemen


Geschenk
Deze bundel kreeg ik ruim twee jaar geleden als geschenk van een boekhandelaar, tijdens een zaterdagse zomerboekenmarkt op het plein voor het hoofdgebouw van de Groninger universiteit. Van Annie Salomons had ik weliswaar enige bundels: één van Wereldbibliotheek in de serie Nederlandse Bibliotheek, en nog een klein, oblong boekje met de titel Liederen van droom en derven, dat ergerlijkerwijze in een Nederlandse, systematisch ingerichte encyclopedie staat vermeld als Liederen van droom en sterven.
Het inmiddels net een eeuw oude, maar in een kennelijke staat van onschendbaarheid verkerende boekje — dikwijls niet een teken van veelvuldig gebruik — is gebonden in fijnmazig, crèmekleurig linnen dat meer de indruk van zijde wekt. Het binnenwerk is van eveneens crèmekleurig, gevergeerd, ietwat opdikkend papier. Heel fraai.
Via internet vond ik één exemplaar dat werd aangeboden voor de somma van € 10,—.
__________
[1] Annie Salomons: herinneringen uit de oude tijd — aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend. (Het eerste deel, in 1957, en het tweede in 1960, verschenen als Ooievaar-pockets en later, in 1964, samengevoegd in één boek.)
____________
Afbeeldingen
1. Annie Salomons in 1905, het jaar van verschijnen van haar bundel Verzen.
2. Voorzijde van het bijna vierkante boek met gouden letters en dito ornament: Verzen, uitgekomen in 1905.

vrijdag 3 oktober 2008

Tachtiger Hein Boeken over de maand October

OCTOBER

Staat gij weer klaar tot scheiden, schoone schaar?
En zoude ik nu geen woord tot afscheid spreken?
Word ik een oude wachter, die opteeken
Der schoonen komst en gaan met stil gebaar?

Hoe trokt gij nu over 't gouden haar
Den rooden fijnen sluier om 't verbleeken
Van 't lief gezicht te bergen en het leeken
Der tranen? Schaamt ge u over 't smartgebaar?

Maar stil, voor wie nog strooidet gij de vloeren
Met goud-blad? Zijt guij nog niet zad van 't feest?
Is 't uw abdis en wacht gij haar als nonnen?

Of hebt gij u tot nieuwen dans bezonnen?
En wacht ge uw Kupris, die u onbedeesd
Ten rei zal voeren aan haar roozen-snoeren?

HEIN BOEKEN (1861-1933)
October 1910
Uit: Verzen (P.N. van Kampen & Zoon)
__________
NB: Zie tevens onze bijdrage van maandag 22 september op dit net, met twee herfst-gedichten van deze zelfde Tachtiger. Daarin wordt u ook nog weer doorverwezen naar onze zustersite Tempel der Herinneringen.

donderdag 2 oktober 2008

De Franse dichter François Coppée bezingt de herfst algemeen en tevens de maand October

EN AUTOMNE

Quand de la divine enfant de la Norvège,
Tout tremblant d'amour, j'osai m'approcher,
Il tombait alors des flocons de neige.

Comme un martinet revole au clocher,
Quand je la revis, plein d'ardeurs plus fortes,
Il tombait alors des fleurs de pêcher,

Ah! je te maudis, exil qui l'emportes
Et me veux du coeur l'espoir arracher!
Il ne tombe plus que des feuilles mortes.


FRANÇOIS JOACHIM ÉDOUARD COPPÉE (1842-1908)
Uit: L'exilé (ca. 1878), opgenomen in dl. 3
(van de 6) Poésies (1864-1905). [1]





OCTOBRE

Avant que le froid glace les ruisseaux
Et voile le ciel de vapeurs moroses,
Écoute chanter les derniers oiseaux,
Regarde fleurir les dernières roses.

Octobre permet un moment encor
Que dans leur éclat les choses demeurent;
Son couchant de pourpre et ses arbres d'or
Ont le charme pur des beautés qui meurent.

Tu sais que çela ne peut pas durer,
mon coeur; mais, malgré la saison plaintive,
Un moment encor tâche d'espérer
Et saisis du moins l'heure fugitive.

Bâtis en Espagne un dernier château,
Oubliant l'hiver, qui frappe à nos portes
Et vient balayer de son dur râteau
Les espoirs brisés et les feuilles mortes

FRANÇOIS JOACHIM ÉDOUARD COPPÉE (1842-1908)
Uit: Les Mois (ca. 1878), opgenomen in dl. 3
(van de 6) Poésies (1864-1905).