woensdag 31 december 2008

Tweemaal Aan de Sonnetten van Jacques Perk

I — AAN DE SONNETTEN

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten.
Gij, kindren van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten:
Hij stelt de wet, die uw wetten achtte:

Naar eigen hand de vrije taal te zetten,
Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte:
Beperking moet vernuft en vinding wetten:
Tot heerschen is, wie zich beheerscht, bij machte: —

De geest, in enge grenzen ingetogen.
Schijnt krachtig als de popel op te schieten,
En de aardte boren en den blauwen hoogen:

Een zee van liefde in droppen uit te gieten.
Zacht, één voor één — ziedaar mijn heerlijk pogen . . . .
Sonnetten, klinkt! Uw dichten was genieten. —

* * * * *

CVII — AAN DE SONNETTEN

Sonnetten! nu der menschen oog zal staren
Op u, en elk zal vonnis wijzen mogen.
Die denkt, nu bigglen tranen uit mijn oogen.
Die, in de toekomst, lof en schimp ontwaren.

Daar zijn er, die als schoonheid niet gedoogen.
Wat zich als grootsch hun niet wil openbaren. —
En wijken zie ik reeds, in breede scharen.
Wie 't schoone in 't kleine alleen houd opgetogen.

Daar zullen menschen zijn, die op u wijzen.
Als da, waarzij geloof en liefde aan stieten . . . .
Sonnetten! zelden zal men u slechts prijzen.

Die zal u dom en onbegrijplijk noemen.
En gene als boos en goddeloos verdoemen . . . .
Sonnetten, klinkt! U dichten was genieten!
__________

Jacques Perk (1859-1881)
Uit: Mathilde — een sonnettenkrans in vier boeken
In: GEDICHTEN, Amsterdam, S. L. van Looy

maandag 29 december 2008

Friedrich Rückert (1788-1866) — Zeit und Ewigkeit

Bezinning
In perioden van terugblikken en andersoortige beschouwelijkheden, zoals de laatste dagen van het jaar, passen sommige teksten beter dan andere omdat ze ook getuigen van bezinning op elementen die in een mensenleven onontkoombaar zijn, maar die niet altijd bewust worden ervaren, doch waarvoor sommige schrijvers, en vooral dichters, zeer adequate bewoordingen hebben gevonden. Eén van hen is de Duitse dichter Friedrich Rückert, die in zijn gedichtenreeks Die Weisheit der Brahmanen schrijft over tijd en eeuwigheid.


Zeit und Ewigkeit

Du fragst, was ist die Zeit? Und was die Ewigkeit?
Wo hebt sich Ewiges an und hebet auf die Zeit?
Die Zeit, sobald du sie aufhebst, ist aufgehoben,
wo dich das Ewige zu sich erhebt nach oben.
Die Zeit ist nicht, es ist allein die Ewigkeit,
die Ewigkeit allein ist ewig in der Zeit.
Sie ist das in der Zeit sich stets Gebärende,
als wahre Gegenwart die Zeit Durchwährende.
Wo die Vergangenheit und Zukunft ist geschwunden
in Gegenwart, da hast du Ewigkeit empfunden.
Wo du Vergangenheit und Zukunft hast empfunden
als Gegenwart, da ist die Ewigkeit gefunden.
__________

Uit: Die Weisheit des Brahmanen (1835-36)
Tevens opgenomen in de Reclam-bundel Gedichte
herausgegeben von Walther Schmitz
Philipp Reclam jun., Stuttgart (1988)
RUB 3672; ISBN 978-3-15-003672-0

zondag 28 december 2008

William Barnes (1801-1866) — A Winter Night


A Winter Night

IT was a chilly winter's night;
And frost was glittering on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tower,
The churchbell slowly struck the hour;

As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the worn-out earth
Were called in hurry and dismay
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

* * * * *
Meer over deze dichter is te vinden op de website van de William Barnes Society.

vrijdag 26 december 2008

Tweemaal Charles Dickens — vrijdag op BBC Two-tv

Gedramatiseerd
Op 26 december presenteert BBC Two-television — tussen 11:10 uur en 11:50 uur — The Signalman een gedramatiseerde versie uit 1976 door Lawrence Gordon Clark, naar één der korte verhalen van Charles John Huffham Dickens (1812-1870), die onder meer in enkele verzamelbundels met diverse vertellingen uit de Victoriaanse tijd te vinden zijn. In het Nederlands heeft het de titel De Seinwachter en is het eveneens opgenomen in de Elsevier-pocket Victoriaanse Vertellingen. Voordien, in 1950, was het al verschenen in de collectie Ontsluierd Geheim — een boek van Wereldbibliotheek.
Een seinhuiswachter wordt op de hoogte gesteld van het feit dat er een vloek rust op zijn werkplek. Denholm Elliottt, Bernard Lloyd en Reginald Jessup zijn de protagonisten in dit drama.

Nicholas Nickleby verfilmd
Later op de dag — vroeg in de avond, tussen 18:55 uur en 21:00 uur — kunt u op diezelfde zender kijken naar een verfilming van Dickens' roman Nicholas Nickleby, voor het eerst in afleveringen verschenen in 1838-39. Deze speelfilm uit het jaar 2002 is gerealiseerd als coproductie, waarin vier landen een aandeel hebben: de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland. Charlie Hunnam, Jim Broadbent en Anne Hathaway spelen de voornaamste personen in deze rolprent.
Dit boek is in diverse vertalingen in het Nederlands verschenen, waarbij onze taal niet in al die uitgaven even adequaat is gehanteerd. In de complete Nederlandse Dickens-editie in de Pri
sma-pockets van uitgeverij Het Spectrum te Utrecht is deze roman in twee delen verschenen. De uitgeversmaatschappij van de Gebroeders Graauw (Amsterdam-Batavia) heeft een versie gemaakt met een hier en daarat stiefmoederlijke behandeling van het Nederlands, maar met 59 houtgravures, vervaardigd naar tekeningen van F. Barnard.


Afbeeldingen
1. Voorzijde stofomslag van de WB-uitgave met Victoriaanse verhalen, waarin opgenomen De Seinwachter van Charles Dickens.
2. Voorplat van de Nederlandse, gebonden editie van de Gebroeders Graauw.
3. Houtgravure naar een tekening van F. Barnard, afgedrukt boven Hoofdstuk 1 van Nikolaas Nickleby.

donderdag 25 december 2008

Twee gedichten van Emily Brontë (1818-1848)

The Visionary

SILENT is the House: all are laid asleep:
One alone looks out o'er the snow-wreaths deep,
Watching every cloud, dreading every breeze
That whirls the wildering drift, and bends the groaning trees

Cheerful is the hearth, soft the matted floor;
Not one shivering gust creeps through pane or door;
The little lamp burns straight, its rays shoot strong and far:
I trim it well, to be the wanderer's guiding-star.

Frown, my haughty sire! chide my angry dame;
Set yor slaves to spy, threaten me with shame:
But neither sire nor dame, nor prying serf shall know,
What angel nightly tracks that waste of frozen snow.

What I love shall come like visitant of air,
Safe in secret power from lurking human snare;
What loves me, no word of mine shall e'er betray,
Though for faith unstained, my life must forfeit pay.

Burn then, little lamp, glimmer straight and clear —
Hush, a rustling wing stirs, methinks the air;
He for whom I wait, thus ever comes to me;
Strange Power, I trust thy might, trust thou, my constancy.

* * * * * * * * * * * * * * * * * *
Last Lines

'The following are the last lines my sister Emily ever wrote.'
(Charlotte Brontë)


No coward soul is mine
No trembler in the world's storm-troubles sphere:
I see Heavens Glory shine,
And faith shines equal, arming me from fear.

O God within my breast,
Almighty, ever-present Deity!
Life that in me has rest,
As I—undying Life—have power in thee!

Vain are the thousand creeds
That move men's hearts: utterly vain:
Worthless as withered weeds,
Or idlest froth amid the boundless main,

To waken doubt in one
Hiding so fast by thine infinity;
So surely anchored on
The steadfast rock of immortality.

With wide-embracing love
Thy spirit animates eternal years,
Pervades and broods above,
Changes, sustains, dissolves, creates and rears.

Though earth and man were gone,
And suns and universes ceased to be,
And thou were left alone,
Every existence would exist in thee.

There is not room for Death,
Nor atom that his might could render void:
Thou—thou art Being and Breath,
And what thou art may never be destroyed.

dinsdag 23 december 2008

Eindelijk op het huiskamerscherm — De verfilming, uit 2005, van Annie Proulx' Brokeback Mountain

Eindelijk op de beeldbuis
De verfilming — uit 2005 van het verhaal Brokeback Mountain van de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx — door regisseur Ang Lee, zal op woensdag 24 december 's avonds vanaf 20:25 uur door de Vara via Nederland 3 worden uitgezonden. De rolprent, die allerwegen met veel belangstelling, en eveneens met bijna even grote instemming is ontvangen, heeft als onderwerp de homoërotische aantrekkingskracht en tevens een daadwerkelijk tot een homoseksuele relatie leidende Ontmoeting tussen twee jonge cowboys in het ruwe wilde westen. Eén protagonist van deze film, Heath Ledger is begin van dit jaar helaas overleden; Jake Gyllenhaal speelt de rol van de andere cowboy. Beiden gaan, met een opzij gezet zinderend verlangen in het lichaam èn in de psyche, maar eveneens met een tijdelijk de overhand nemende verdringing, een andere kant op — huwelijk, kroost — en zo verder met het dagelijks bestaan, maar pas als de Ander weer op het levenspad verschijnt, komt er toch weer beweging in de diep binnenin verborgen gistende hartstocht. Een tragedie lijkt onvermijdelijk.

Ruwe schoonheid
De film, die als romantisch drama wordt aangekondigd wordt geschikt geacht voor personen van twaalf jaar en ouder. Het draaiboek werd geschreven door Larry McMurtry. Ang Lee's filmvertelling werd voor tal van prijzen genomineerd. In Hollywood werd deze rolprent zelfs onderscheiden met drie Academy Awards, die wij in het dagelijkse spraakgebruik Oscar noemen. Dat was een uitzonderlijk gebeuren in het homofobe filmwereldje aldaar.


Begin dit jaar heeft verteller Ben Hartemink in Groningen tweemaal een avond verzorgd met het verhaal van Annie Proulx in Nederlandse vertaling, in Galerie MooiMan te Groningen. In de twee artikelen die daarover op onze zustersite Cultuur in Groningen en omgeving zijn verschenen, staat nog meer informatie en zijn fraaie illustraties te vinden. De eerste van de beide bijdragen is verschenen op maandag 2 juni, de tweede op zondag 8 juni.
____________
Afbeeldingen
1. De altijd jongensachtige Jake Gyllenhaal.
2. Jake Gyllenhaal en Heath Ledger in een prachtig-suggestief moment.

Twee gedichten van WIlliam Blake

To the Muses

WHETHER on Ida's shady brow,
Or in the chambers of the East,
The chambers of the sun, that now
From ancient melody has ceased;

Whether in Heaven ye wander fair,
Or the green corners of the earth,
Or the blue regions of the air,
Where the melodious winds have birth;

Whether on crystal rocks ye rove,
Beneath the bosom of the sea
Wandering in many a coral grove,
Fair Nine, forsaking Poetry!

How have you left the ancient love
That bards of old enjoyed in you!
The languid strings do scarely move!
The sound is forced, the notes are few!

* * * * * * * * * * * * * * * * *

Hear the Voice of the Bard

HEAR the voice of the Bard
Who present, past, and future sees;
Whose ears have heard
The Holy Word
That walked among the ancient trees,

Calling the làpsed soul,
And weeping in the evening dew;
That might control
The starry pole,
And fallen, fallen light renew!

'O Earth, O Earth, return!
Arise from out the dewy grass;
Niht is worn,
And the morn
Rises from the slumberous mass.

Turn away no more;
Why wilt thou turn away?
The starry floor,
The watery shore,
Is given thee till the break of day.'

maandag 22 december 2008

De tusitala van Samoa: Robert Louis Stevenson — gevarieerde thema-avond op Arte televisie

Befaamd door dat éne boek
De in 1850 geboren Schot Robert Louis Stevenson werd later één van die schrijvers, die vooral — zo niet uitsluitend — bekend is gebleven, en wel bij jong en oud, vanwege dat ene boek. In zijn geval is dat Treasure Island (Schateiland) uit 1883, dat in tal van bewerkingen voor de jeugd in veel verschillende talen, als klassiek verhaal met of zonder illustraties, als stripverhaal, als hoorspel en in verfilmingen.
Zijn levensverhaal en die bewuste roman vormen samen de leidraad van de speciaal aan Robert Louis Stevenson gewijde Thema-avond die de Frans-Duitse cultuurzender Arte-televisie op dinsdagavond 23 december, tussen 20:59 uur en 00:05 uur in de nacht op woensdag zal presenteren. Drie onderdelen van verschillende lengte telt dat programma.

Film Treasure Island
Hoewel het niet al te waarschijnlijk is — aangezien de titel van deze film tussen haken in het Duits staat vermeld — valt te hopen dat men bij Arte voor deze gelegenheid heeft gekozen voor een ondertiteling, aangezien er geen sprake is van een Duitse of Franse film — waarbij men op geavanceerde televisietoestellen kan kiezen uit een Duitse of een Franse versie van de uitzending —, maar van een internationale coproductie waarin Spanje, Italië, Duitsland, Frankrijk en Engeland hebben deelgenomen. De film — van John Hough, Andrea Blanchi en Antonio Margheriti — is opgenomen in 1972 en biedt een voor die tijd internationale sterbezetting met Orson Welles, Kim Burfield en Walter Slezak. Deze rolprent heeft de veelal gebruikelijke speelfilmlengte van negentig minuten.

Samoa in de Zuidzee
Op Samoa, waar Stevenson vanaf 1889 tot aan zijn overlijden in 1894 heeft geleefd, heeft men de schrijver de betiteling Tusitala verleend, hetgeen verteller van verhalen betekent. In een documentaire van een uur wordt dit eiland tijdens de thema-avond nader voorgesteld.
Samoa kreeg in het midden van de vorige eeuw vooral bekendheid door publicaties van de Amerikaanse anthrolpologe Margaret Mead, die onderzoek heeft gedaan naar vooral seksualiteit en temperament in tal van primitieve maatschappelijke omstandigheden, en op Samoa specifiek naar alles wat samenhangt met het proces van volwassen worden: Coming of age in Samoa.

Het geheim van Schateiland
De kortste van de drie bijdragen in het kader van de thema-avond wordt als laatste uitgezonden. Dat betreft een documentaire met de duur van een half uur, waarin nader wordt ingegaan op het ontstaan van de roman Treasure Island.
____________
Afbeeldingen
1. De auteur Robert Louis Stevenson.
2. Tekstdeel op de titelpagina van een Engelse editie van Treasure Island, verschenen als Albany Classic in de Heirloom Library, London — New York.
3. Druk met het sorteren van de schat. K
leurenplaat van Werner Stein, als laatste van de acht opgenomen in de onder 2 genoemde editie van Treasure Island.

zondag 21 december 2008

De Kersentuin van Anton Tsjechov op BBC Radio 3

Drama met muziek
Zondag 21 december kunt u — 's avonds tussen 21:00 uur en 23:00 uur onze tijd — in het radioprogramma Drama on 3 luisteren naar het drama De Kersentuin (Cherry Orchard) dat Anton Tsjechov (1860-1904) nog in het jaar voor zijn overlijden, ondanks tuberculose in een vergevorderd stadium, heeft voltooid. In 1896 was zijn eerste drama De Meeuw in première gegaan en een enorm fiasco geworden. De schrijver had zich toen voorgenomen om geen stukken meer te schrijven, maar een jaar later, toen dit drama in Moskou enorme successen beleefde, openbaarden zich de eerste tekenen van zijn ziekte, en heeft hij de 'toneelpen' toch weer ter hand genomen. Dat leidde eerst tot het eveneens in alle delen van de wereld geliefde drama Oom Wanja. Dat stuk wordt wel een succes; in de hoofdrol schitterde Olga Knipper, met wie Tsjechov in 1901 in het huwelijk zal treden. In het jaar daarvoor was er opnieuw een drama van Tsjechov opgevoerd, dat eveneens tot op de huidige dag overal ter wereld veel succes heeft: Drie zusters.
Niet alleen moet het voor de liefhebbers van de waarlijk onsterfelijke stukken van deze geniale Russische auteur een groot genoegen zijn om De Kersentuin thans eens als luisterdrama te horen, en nog aangevuld met speciaal voor deze uitvoering gecomponeerde muziek door de pianiste Olga Thomas-Bosovskya, die deze zelf in het radiodrama zal spelen.
Voor de rolverdeling van dit twee uur durende drama, in de vertaling van Sasha Dugdale en in de regie van Peter Kavanagh, verwijzen wij u hier naar de betreffende pagina op de website van BBC Radio 3: Drama on 3 Home.

Afbeeldingen
1. Arts en schrijver AntonTsjechov.
2. Voorzijde van een eenmalig, van blauw leer voorzien exemplaar van Вишневный сад.
3. Regisseur Peter Kavanagh.

maandag 15 december 2008

Thomas Manns Buddenbrooks opnieuw verfilmd

Vanaf 25 december
De roman Buddenbrooks van Thomas Mann (1875-1955) voor het eerst verschenen 1901 werd een mijlpaal in de geschiedenis van de Duitse prozaliteratuur. Niet alleen leverde het boek — dat in negentiende eeuwse koopmanskringen van de Hanzestad Lübeck speelt — de schrijver in 1929 de prestigieuze Nobelprijs voor Literatuur op, het familiedrama is tot op heden het meest populaire boek in Noord-Duitsland.
Op 25 december aanstaande is de nieuwste — inmiddels alweer de vierde — verfilming van Manns eerste grote roman in de Duitse bioscopen te zien. Hoewel er ook vage berichten opdoken dat de film vanaf die datum op de buis te zien zou zijn, is dat niet erg waarschijnlijk. Wel hebben enkele regionale ARD-zenders aan het project meebetaald, en dat houdt in dat het recht om de eerste uitzending op de beeldbuis te realiseren, bij dat instituut berust. Het zou daarom wel eens kunnen gebeuren dat tijdens de kerstdagen van 2009 de 150 minuten durende rolprent alsnog, zij het in afleveringen, het huiskamerscherm komt inkleuren. Want dat het een kleurig gebeuren zou worden, werd duidelijk toen de intussen vooraanstaande Duitse regisseur Heinrich Breloer (geboren in 1942) — die zeer veel internationale bekendheid heeft gekregen met modern Duits filmdrama, zowel in spelvorm alsook met het voorkomen van docudrama — aan de slag is gegaan.

Andere aanpak
Breloer is afgeweken van de gebruikelijke benadering van een stof, en hij heeft de roman vol feiten en fictie van Thomas Mann gestalte gegeven als conventioneel ondergangsdrama zonder daarbij experimenten in de regie te wagen. Het zou hem, zo zei hij zondag 14 december in een interview, dan ook niet verbazen als menig kijker die nieuwe film als "zu bieder" zou ondergaan. Als we in aanmerking nemen dat er thans wereldwijd een zware crisis in de financiële en economische handel en wandel heerst en de gevolgen daarvan voor menigeen van enorme omvang zijn, is het verhaal inhoudelijk alleen maar actueel en zal alleen iemand die psychisch erg doof en blind is, de actualiteit in het verhaal ontgaan. Teksten die drie jaar geleden in het draaiboek zijn opgenomen, zouden uit de actualiteit van gisteren en vandaag hebben kunnen stammen.
Met een budget van zestien miljoen euro is Breloer erin geslaagd een sfeer op te roepen van enerzijds de grote lijn — de wereld van veel internationale handel die Lübeck in de loop van enkele eeuwen heeft opgestoten in de vaart der volkeren — en, daar tegenover, alledaagse beslommeringen van een huis vol individuen wier verlangens botsen met die van het gezin en de direct daaraan verbonden toestanden en gebeurtenissen, zakelijke belangen en divergerende krachten.


Dat dit op een gegeven moment leidt tot de noodzaak persoonlijke belangen steeds meer naar de achtergrond te laten verdwijnen — waarbij zelfs een ogenschijnlijk zo schitterende balnacht simpel als beursvloer en handelshuis fungeert omdat de dochter des huizes aan de (zeer vermogende) man moet worden gebracht —, is een weliswaar niet ongebruikelijk fenomeen in zakenkringen, maar evenzeer een gebeuren dat in veel gevallen de hoogst persoonlijke tragedie als een geest uit de fles tovert. In de vierde generatie is er buiten de ooit zo respectabele familienaam niet veel over bij de laatste nakomeling, die zich in totale vervreemding overgeeft aan de muziek.
Breloer erkent dat die elementen in het verhaal voor hem aanleiding hebben gevormd zich stipt te houden aan het conventionele ondergangsdrama dat Thomas Mann schildert: vol feiten en fictie overigens, want reeds rond de vorige eeuwwisseling liet die auteur zeer persoonlijke ervaringen binnen het gezin Mann meespelen in het anderzijds bedachte verhaal over de vier generaties Buddenbrook.

Protagonisten
Thomas Mann — die de roman aanvakelijk de titel Abwärts had willen meegeven, maar er hoogstwaarschijnlijk goed aan heeft gedaan om daarvan af te zien — beschrijft met groot meesterschap het lot van senatoren en groothandelaren van de Lübecker familie Buddenbrook. Voor de rol van senator Buddenbrook heeft de regisseur een beroep gedaan op Armin Müller-Stahl (geboren 1930), die in Breloers epos Die Manns de rol van Thomas Mann speelde. Heinrich Breloers keuze voor Iris Berben (geboren 1950) om aan de rol van Elisabeth Buddenbrook invulling te geven, is, althans 'op het eerste gezicht', volkomen onbegrijpelijk, aangezien deze dame doorgaans weinig anders laat zien dan het clichévrouwtje dat zo uit haar yoghurtreclame is weggelopen. Dat ze desondanks razend populair is in allerlei verschillende typen, die echter altijd op hetzelfde typetje uitkomen — en dat geldt eveneens voor diverse van haar collega's, die allen ook het predikaat "große Schauspielerin" opgeplakt hebben gekregen, maar toch altijd weer slechts dat ene masker opzetten —, verbaast uiteraard niemand.
Wellicht heeft Heinrich Breloer adequatere gegevens ter beschikking gehad en is hij erin geslaagd Iris Berben zodanig aan te sturen dat ze iets laat zien dat lang in het verborgene is gebleven; dat zou dan een extra verdienste zijn.
Dat geldt ook voor het feit dat Breloer op de in het boek aangegeven locaties in Lübeck heeft gedraaid en dat hij het Buddenbrook-huis zelfs heeft laten nabouwen.
In deze nieuwste verfilming van Buddenbrooks spelen ook enkele Nederlandse acteurs mee, zoals Krijn ter Braak, Fedja van Huêt en Cas Enklaar.
____________
Afbeeldingen
1. Voorzijde van het stofomslag van een speciale editie in één band van Thomas Manns roman Buddenbrooks.
2. Auteur Thomas Mann in zijn jonge jaren.
3. Eerste blad van Thomas Manns oorspronkelijke Buddenbrooks-manuscript.
4. Acteur Armin Müller-Stahl.
5. Actrice Iris Berben.

zaterdag 13 december 2008

Tien boeken met Couperus-proza voor een prikje

Speciale aanbieding
De belangrijkste Nederlandstalige proza-auteur van het fin de siècle was en is Louis Couperus (1863-1923), en deze zal die status, zonder enige twijfel, verder ook wel blijven houden. Het is nog niet zo lang geleden dat Couperus' complete oeuvre eindelijk — véél te lang na zijn verscheiden — als geheel verkrijgbaar werd. Van de bekendste van die boeken zijn vanzelfsprekend tal van edities uitgekomen, zowel gebonden als paperbacks en bijzondere edities, zoals na een verfilming. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de televisiereeks Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan.
Enige tijd geleden is er een cassette uitgegeven met 10 paperbacks, die tezamen een omvang van 3.200 pagina's tekst hebben. Deze is nu als speciale aanbieding voor € 24,95 beschikbaar.
Hoewel het niet onze taak en evenmin onze bedoeling is om een bepaalde boekhandel of uitgeverij een bijzondere behandeling te geven in deze kolommen, tenzij daarvoor een bijzondere aanleiding bestaat, menen we dat dit hiermee beslist het geval is, en daarom vermelden we er voor u bij dat deze cassette voor die bijzondere prijs te koop is bij de filialen van BoekenVoordeel.

Inhoud
1. Eline Vere (1889)
2. Noodlot (1890)
3. Extase (1892)
4. Metamorfosen (1897)
5. Psyche; Fidessa (1898, 1899)
6. De koningsromans
7. Langs lijnen van geleidelijkheid (1900)
8. De stille kracht (1900)
9. De boeken der kleine zielen (1901-1903)
10. Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan (1906)
____________
Afbeeldingen
1. Louis Couperus in 1917.
2. Standbeeld van Louis Couperus aan de Lange Voorhout in Den Haag.

dinsdag 9 december 2008

Adriaan van Dis sprak met Salman Rushdie

Alsof het gisteren was
Het Nederlandse digitale themakanaal GeschiedenisTV herhaalt op dinsdag 9 december — tussen 21:02 uur en 22:02 uur — twee gesprekken die Adriaan van Dis in de IJsbreker heeft gevoerd met de schrijver Salman Rushdie, naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek The Satanic Verses en de gevolgen die de verspreiding van dat werk heeft gehad, zoals de prijs die de Iraanse 'geestelijk leider'Chomeini heeft uitgeloofd voor het doden van deze schrijver — een der kwalijkst denkbare uitingen van de inmenging in democratische structuren in westerse landen door dictatoriaal aangestuurde groeperingen elders in de wereld. Zelfs de zeer bedenkelijk optredende Britse premier Thatcher ging een dergelijk optreden te ver en zo werd Rushdie lange tijd onder strenge bewaking gesteld, waaruit hij slechts af en toe, onaangekondigd te voorschijn kwam op andere plaatsen in de wereld. Vanzelfsprekend trad hij dan ook op in boekhandels, en of dat nu in New York was dan wel in Groningen, de belangstelling was enorm. De talrijke mensen, die bij slechte weersomstandigheden buiten moesten wachten in lange rijen voordat ze een glimp konden opvangen van deze bijzondere held en van hem een opdracht in het nieuwe boek te krijgen, maakte de daarmee samenhangende ongemakken ruimschoots de moeite waard.

Ophef en dreigementen
In die dagen was er in Amsterdam ook veel ophef over dat boek en werden winkels waar dat te koop was bedreigd of werden er ruiten ingegooid en speelden zich andere onverkwikkelijke taferelen af. Ik kreeg het boek in die tijd van een vriendin die een ongebruikt exemplaar voor de helft van de normale prijs vond in een slechts enkele dagdelen per week geopend antiquariaat van een provincieplaats, waar geen haan te vinden was die zelfs maar één keer over deze 'verrader van de goede zaak' heeft gekraaid.
De gesprekken tussen Adriaan van Dis en deze zeer succesvolle schrijver hebben plaatsgehad in 1989 en in 1992.

zondag 7 december 2008

Alice Nahons visie op het natuurfenomeen Mist


MIST

Dees dag is als een moede man
Die langs een strate, grijs en stil,
Zijn droefenis niet kroppen kan
Maar toch niet schreien wil.

Over de mulle wegen zweeft
Een waas van onverschilligheid . . .
Vrouw die zich zonder liefde geeft
En heengaan zonder spijt.

Daar zeeft wat zonne-lichternis
Door 't miezerige mist-gordijn . . . :
En ziel die niet zó treurig is
Maar toch niet blij kan zijn.

'k Ben bang dat ik eens zelve word
Gelijk dees overtrokken dag:
Een kind dat nimmer tegenmort
Maar nooit meer zingen mag.

Alice Nahon (1896-1933)
Uit: Op Zachte Vooizekens (1921)

zaterdag 6 december 2008

Dichters over de wintermaand — 1. Hein Boeken

DECEMBER

Stil en traag kruipt de maand van enkel nàchten.
(De Stille Getuige.)

Voor Top Naeff [*]

Van enkel nachten, zegt ge, waar dees maand?
Van morgens enkel, dunkt me, en van avond-dalen:
Zoo dicht bijéén de gouden konings-zalen
Van stralende' opgang en hel-ondergaand

Zon-goud, dat zelfs in hoogsten middag staand
't In avond-nestjen schuilt van schuinse stralen,
Of achter wolk-berg poost, een hooge, kale
Door goud-zoom slechts van vèr verblijf verraênd.

"Toch zijn de nachten lang". — Ja, dat is waar
Maar zie daar gluurt de maan reeds door mijn venster.
Want, ach! mijn nachten vul ik met gemijmer.

Want anders waar dees tijd wel àl te zwaar,
Dees donkre tijd, dees nachtmaand, o December!
Voor armen bard en kunsteloozen rijmer.

HEIN BOEKEN
Uit: Verzen.
Uitgeverij P.N. van Kampen & Zoon — Amsterdam

[*] Top Naeff: eigenlijk
Anthonetta van Rhijn-Naeff — romanciëre en schrijfster van novellen, toneelstukken en, later in haar bestaan, terugblikken op leven en letteren — leefde van 1878 tot in 1953.

NB: Meer gedichten van Hein Boeken vindt u op deze site in bijdragen over de maand oktober en over het jaargetijde Herfst.

Al Pacino is Shylock in Shakespeare's The Merchant of Venice in Michael Radfords verfilming uit 2004

Verfilmd kostuumdrama
De Britse televisiezender BBC Two stuurt in de nacht van zaterdag 6 op zondag 7 december — tussen 00:30 en 02:20 uur — een verfilming van William Shakespeare's drama The Merchant of Venice op alle welwillende kijkers, overal ter wereld, af. Het betreft een rolprent uit 2004 van Michael Radford (geboren 1946) met de Amerikaans-joodse filmacteur Al Pacino in de rol van de woekeraar Shylock.


Bij het lezen van de mededeling dat deze acteur die rol voor het witte doek — toch nog wel even iets anders dan op de planken — op zich zou nemen, had ik flink wat twijfels, gezien de manier waarop Al Pacino de mij tot dan toe bekende filmrollen had ingevuld: met niet zelden een teveel aan dramatiek. Volgens kenners heeft de man zich in deze film echter zodanig gegeven dat men Shylock als zijn beste rol beschouwt. En dat maakt het verlangen naar het zien van (weer) een rolprent van Michael Radford alleen maar groter. Bovendien is die regisseur in staat om zich in de door Shakespeare in zijn meest problematische toneelstuk gecreëerde situaties te verplaatsen.
Naast Al Pacino komen we andere bekendheden van het witte doek tegen: Jeremy Irons als de koopman Antonio die door de joodse woekeraar Sylock op de hielen wordt gezeten omdat deze inmiddels recht zegt te hebben op het vlees van de koopman. In verdere rollen spelen Joseph Fiennes, Lynn Collins en Mackenzie Crook.

Anders regisseren
Het is niet voor elk drama van William Shakespeare even gemakkelijk om de juiste 'entourage' in de meest ruime zin te creëren waardoor het gebeuren in een verfilmde versie aanvaardbaar in de zin van even-geloofwaardig-als-op-de planken wordt. Daar moet niet alleen goed over worden nagedacht, maar tevens tijdens het voortschrijdende proces steeds opnieuw kritisch naar worden gekeken. Anders gezegd: dat vergt een geheel eigen, aangepaste regiestijl. Michael Radford heeft in zijn carrière als filmmaker laten zien dat het grote werk met gevoel voor details aan hem wel degelijk is toevertrouwd en dat maakt het lonend om laat op te blijven.
____________
Afbeeldingen
1. Al Pacino met regisseur Michael Radford op de set van The Merchant of Venice van Sony Pictures Classics.
2. William Shakespeare. (National Portrait Gallery, London.)

zaterdag 29 november 2008

Vijfdelig kostuumdrama Cranford nu op België Eén

De verleden jaar in Groot Brittannië acht miljoen kijkers genererende BBC-serie Cranford — waarover u meer informatie kunt vinden in een artikel van zaterdag 21 juni op deze site — werd in de zomer van dit jaar door de NCRV uitgezonden. Het estafettestaafje wordt hedenavond vanaf 21:55 uur overgenomen door de Nederlandstalige Belgische televisiezender EEN, die het fraaie kostuumdrama op vijf zaterdagen achtereen zal uitzenden. Voor degenen, die in de zomer een aflevering hebben gemist of die er geen bezwaar tegen hebben goedgemaakt drama binnen een half jaar opnieuw te zien, kunnen vanaf deze laatste zaterdag in november op bovengenoemde zender terecht.

zaterdag 22 november 2008

AN DIE KRISE, naar Friedrich von Schiller

An die Krise

(Naar Friedrich von Schiller: Ode An die Freude;
Muziek: Ludwig van Beethoven, uit opus 125: Slot-Ode)

Krise armer Bankenkunden
Opfer des Börsenhandels
Ihr erwartet mutversunken
Jetzt einen Geisteswandel
Denn die Börse nichtet wieder
Was die Aktie fest versprach
Alle Bänker kämpfen weiter
Hart bis an den nächsten Krach


Wem die Gelder sind genommen
Für neue Missetaten
Wer ‘ne schöne Summ’ errungen
Kauft sich wieder Aktien
Ja, wer jetzt doch noch gelinde
Im Geschäft etwas mitmischt
Und wer nichts hat, der verschwinde
Sonst landet er im großen Nichts


Gern möcht’ man die Krise lösen
Mit oder ganz ohne Dank
Doch die immer super Bösen
Folgen gern dem Geldgestank
Ängste gab man uns und Beben
Schon allzu schwer angeeckt
Geldgier ward Bänkern gegeben
Doch der Kunde bleibt verschreckt.


Schlimm, wie seine Aktien sinken
Durch des Bänkers bösen Plan,
Gehet, Menschen, eure Bahn
Ohne allzuviel zu trinken.
Gehet, Menschen, eure Bahn.


Längst verschwunden, Milliarden
Dieses Geld der ganzen Welt!
Leute! Über’m Sternenzelt
Muß ein fetter Bänker wohnen.
Ihr stürzt nieder, Millionen?
Ahnet ihr das Bänkergeld?
Such es über’m Sternenzelt!
Leider wird auch das nicht lohnen.

woensdag 19 november 2008

Nog twee November-gedichten van Hein Boeken

NOVEMBER II.

Hoe schuilt in 't inn'ge groen der donkre dennen
Zoo gaarn mijn geest, dien al dat grauw benauwt
Der groote lucht rondom, waarin nu 't woud
Dat wind en weer, al 't sombre heir, kwam schennen.

Nog maar aan 't kaal getakte valt te kennen.
Hoe goed doet oog en blikken, moêgeschouwd,
Al 't groen van mos en loof, 't nat-bruin van 't hout,
Hoe mocht mijn blik aan gansch dees groenhof wennen!

Daar buiten 't grauw! Zóó heeft in groote wereld
Mijn hart zijn groenen hof bij u, mijn lief,
Dáár van al 't wild rumoer, dat buiten dwerrelt,
Komt het terug, daar vindt zijn nood gerief.

Daar, — als mijn oog doet al dat groen zoo goed —
Vind ik . . . hoe noeme ik al dat ziele-zoet?

12 Nov. 1909


* * * * * * * * * *


NOVEMBER III.

Hoe smeult een rosse brand daar op de stammen
In 't bruin gebladert voor he bleek der lucht —
Toch wil de brand nog niet; 't wil maar niet vlammen,
Al blaast ook wind, en doet met dor gerucht,

Als wilden kindertroep, een blader-vlucht
Rond-warlen over 't paden heuvel-dammen;
't Is een onwill'ge brand, een makke, tamme,
Maar als 't eens brandt, dan brandt het al geducht.

Als maar de zon komt, groote, gouden laaier,
Die 't al ontsteekt, al 't blad in alle landen,
— En wolken-meisjes komen ijlings kijken
Met witte halsjes, blauw-geranden waaier —
Dan brandt het àl, één roeklooze offerande;
En schoonst festijn zal gansch dees blad-brand blijken.

12 Nov. 1909
Hilversum

Voor het eerste gedicht uit deze reeks van drie over de maand November zij verwezen naar onze bijdrage op deze site van dinsdag 4 november.
Over de maand October hebben we, eveneens van Hein Boeken, op vrijdag 3 okotber een gedicht opgenomen.
Op maandag 22 september hebben we reeds Twee Herfst-gedichten van deze zelfde poëet op de site gezet.

vrijdag 14 november 2008

Kasteel in Zweden van Françoise Sagan als recente Frans-Belgische speelfim via Arte-televisie

Frans-Belgische coproductie
Hedenavond, tussen 21:00 uur en 22:35 uur kunt u op de Duits-Franse cultuurzender Arte-tv een verfilming zien van Château en Suède, een apart toneelstuk uit 1960, van de Franse successchrijfster Françoise Sagan (eigenlijk Françoise Quoirez; 1935-2004), die al heel jong internationale roem heeft verworven met haar autobiogafische roman Bonjour tristesse, voor het eerst uitgegeven in 1954.
Deze recente film van Josée Dayan is een Frans-Belgische coproductie van dit jaar. De bekendste actrice van het 'Franse witte doek' Jeanne Moreau, speelt daarin een hoofdrol, evenals Guillaume Depardieu en Géraldine Pailhas.
Deze rolprent al door Arte-televisie worden herhaald op zondag 16 november, vanaf 16:15 uur.
____________
Afbeelding: De Livre de Poche-editie van Château en Suède uit het eerste kwartaal van 1963.

woensdag 12 november 2008

Joachim Ringelnatz — Twee Herfstgedichten

Herbst im Fluß

Der Strom trug das ins Wasser gestreute
Laub der Bäume fort. –
Ich dachte an alte Leute,
Die auswandern ohne ein Klagewort.

Die Blätter treiben und trudeln,
Gewendet von Winden und Strudeln
Gefügig, und sinken dann still. – –

Wie jeder, der Großes erlebte,
Als er an Größerem bebte,
Schließlich tief ausruhen will.










Herbst

Eine trübe, kaltfeuchte Wagenspur:
Das ist die herbstliche Natur.

Sie hat geleuchtet, geduftet und trug
Ihre Früchte. – Nun, ausgeglichen,
Hat sie vom Kämpfen und Wachsen genug. –
Scheint's nicht, als wäre alles Betrug
Gewesen, was ihr entwichen?!

Das Händesinken in den Schoß,
das Zweifeln am eignen, an allem Groß,
Das Unbunte und Leise,
Das ist so schön, daß es wiederjung
Beginnen kann, wenn Erinnerung
Es nicht klein machte, sondern weise.

Ein Nebel blaut über das Blätterbraun,
Das zwischen den Bäumen den Boden bedeckt.
Wenn ihr euren Herbst entdeckt:
Dann seid darüber nicht traurig, ihr Fraun.

Joachim Ringelnatz (1883-1934),
Pseudoniem van Hans Bötticher
Uit: Das Gesamtwerk — Gedichte.





maandag 10 november 2008

Fragment van een Ronsard-sonnet, met een Engelse vertaling van de hand van John Keats













Nature
ornant Cassandre, qui devait
De sa douceur forcer les plus rebelles,
La composa de cent beautés nouvelles,
Que, dès milles ans, en epargne elle avait.

De tous les biens qu'Amour au ciel couvait
Comme un trésor, chèrement, sous les ailes,
Elle enrichit les grâces immortelles
De son bien oeil, que les Dieux émouvait.

Du ciel à peine elle était descendue
Quand je la vis, quand mon âme éperdue
En devint folle, et dún si poignant trait

Amour coula ses beautés en mes veines,
Qu'autres plaisirs je ne sens que mes peines,
Ni autre bien qu'adorer son portrait.


* * * * *

FROM RONSARD

FRAGMENT OF A SONNET.

NATURE withheld Cassandra in the skies

For more dornment, a full thousand years;
She took their cream of Beauty's fairest dyes,

And shaped and tinted her above all peers:
Meanwhile Love kept her dearly with his wings,

And underneath their shadow filled her eyes
With such a richness that the cloudy Kings
Of high Olympus uttered slavish sighs.
When from the Heavens I saw her first descend,
My heart took fire, and only burning pains—
They were my pleasures—they, my life's sad end;
Love poured her beauty into my warm veins . . .

Pierre de Ronsard
(1524-1585)

Translated by John Keats
(1795-1821)



zaterdag 8 november 2008

Friedrich Nietzsche (1844-1900) over de Herfst

Vereinsamt

Die Krähe schrein
Und ziehen schwirren Flugs zur Stadt:
Bald wird es schnein —
Wohl dem, der jetzt noch — Heimat hat!

Nun stehst du starr,
Schaust rückwärts ach! wie lange schon!
Was bist du Narr
Vor Winters in die Welt entflohn?

Die Welt — ein Tor
Zu tausend Wüsten stumm und kalt!
Wer das verlor,
Was du verlorst, macht nirgends halt.

Nun stehst du bleich,
Zur Winter-Wanderschaft verflucht,
Dem Rauche gleich,
Der stets nach kältern Himmeln sucht.

Flieg Vogel, schnarr
Dein Lied im Wüsten-Vogel-Ton! —
Versteck, du Narr,
Dein blutend Herz in Eis und Hohn!

Die Krähen schrein
Und ziehen schwirren Flugs zur Stadt:
— bald wird es schnein,
Weh dem, der keine Heimat hat!













Der Herbst

Dies ist der Herbst: der bricht dir noch das Herz!
Fliege fort! fliege fort! —
Die Sonne schleicht zum Berg
Und steigt und steigt
Und ruht bei jedem Schritt.

Was ward die Welt so welk!
Auf mild gespannten Fäden spielt
Der Wind sein Lied.
Die Hoffnung floh —
Er klagt ihr nach.

Dies ist der Herbst: der — bricht dir noch das Herz!
Fliege fort! fliege fort!
O Frucht des Baums,
Du zitterst, fällst?
Welch ein Geheimnis lehrte dich
Die Nacht,
Daß eisger Schauder deine Wange,
Die Purpur-Wange deckt? —

Du schweigst, antwortest nicht?
Wer redet noch! — —

Dies ist der Herbst:
der — bricht dir noch das Herz!
Fliege fort! fliege fort!
»Ich bin nicht schön
— so spricht die Sternenblume —,
Doch Menschen lieb ich
Und Menschen tröst ich —

Sie sollen jetzt noch Blumen sehn,
Nach mir sich bücken
Ach! und mich brechen —
In ihrem Auge glänzet dann
Erinnerung auf.
Erinnerung an Schöneres als ich:
Ich seh's, ich seh's — und sterbe so.« —

Dies ist der Herbst: der — bricht dir noch das Herz!
Fliege fort! fliege fort!

Friedrich Nietzsche (1844-1900)
Aus: Gedichte

dinsdag 4 november 2008

Twee November-gedichten van Hein Boeken

N O V E M B E R

I.

Leeg is 't nu al, de dorre takken leêg,
De stammen zwart; daar schijnt de lucht doorhenen
Zoo bleek en goor. 't Heeft nu al uitgeschenen,
De volle pracht, ook 't laatre schoon, reeds veeg.

Toen 't groen allengs de wondre gloeiing kreeg
Van bruin, geel, goud — ja, goud! — dat men zou meenen:
't Waar àl te dier dan dat 't weldra verdwenen
Zou zijn, zoo maar, als droom, die henen teeg.

Als droom, zoo maar? Ja, al dit duurbaar goed,
Dit lang gegaard, gespaarde, 't al mijn eigen,
Waarvoor men streed, men leed, door zuur, door zoet,
Dat men 't al wou, al inn'ger, liever krijgen,
Die lieve trekken, blikken, lang gespaarde,
't Valt al tòch eens, als aldit schoon, ter aarde.

12 Nov. 1909























N O V E M B E R - W O U D

't Is nu geen dienst. De lichten branden niet
En over 't groen dermollige tapeten
Ligt 't bruin van blaadren-hulsel, half versleten,
Met zwarte streep en streep. 't Veel-stemmig lied,

Dat door de hooge galerijen liet
Zweven een galm van eerbied, licht-gemeten,
Om heil'ge en heil'ge, in 't groen gezeten,
Zwijgt nu in 't grijs weg-schemerend verschiet.

Wanneer breekt, bij het licht van heldre starren,
De heil'ge geest in lichte liedren uit,
Die nog door 't stom kolommendom blijft marren?

Of, komend in de volheid van geluid
En licht, daar ze al, wat haaer weerstond, verwon,
Wekt tot een vierdag hier weer 't al de Zon?

Hilversum
1902

HEIN BOEKEN (eig. Hendrik Jan Boeken; 1861-1933)
Uit: Verzen (1920)
P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam
__________

FOTO: Portret van Hein Boeken en profil te Ede, door Willem Witsen.
(Collectie Prentenkabinet/Studie en Documentatie Centrum voor
Fotografie (SDCF), Universiteit Leiden, inv.nr. E.131 )




zondag 2 november 2008

Twee Nederlandstalige Allerzielen-gedichten

ALLERZIELEN

En lange stoeten van zwarte vrouwen
Gaan langs de graven en weenen weenen . . . .
De lange sluiers van zwarte rouwe
Schuren jammrend-schril op de kille steenen;

Veel lange stoeten van doode droomen
Gaan spokig-zacht langs m'n oogen heene;
De blaren vallen van bruine boomen,
Mist hangt op aarde te weenen, weenen . . . .

ANNIE SALOMONS
(1885-1980)
Uit: Verzen
voor het eerst verschenen in 1905
bij C.A.J. van Dishoeck, Bussum







* * * * * * * * * * * *

ALLERZIELEN

Zwijgende menschen
Over de straat. . .;
't Is of ze peizen. . .
Wellicht komt er een lief gelaat
In hun gedachten rijzen.

En rits'lend reuz'len
Over den weg
Verdroogde blaren. . .;
Daar komt iets van hun dood gezeg
Over m'n jeugd gevaren. . .

't Is Allerzielen. . .;
Over die blaân
Langs de doode kanten,
Heb ik daar straks een vrouw zien gaan
Heur armen vol kryzanten. . .

ALICE NAHON
(1896-1933)
Uit: Vondelingskens
voor het eerst uitgekomen in 1920 bij
A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij
te Leiden

zaterdag 1 november 2008

Novalis: Geschichte der Poesie

Goethe ist jetzt der wahre Statthalter des poetischen Geistes auf Erden.

GESCHICHTE DER POESIE

Wie die Erde voller Schönheit blühte,
Sanftumschleiert von dem Rosenglanz
Ihrer Jugend, und noch bräutlich glühte
Aus der Weihumarmung, die den Kranz
Ihrer unenthüllten Kindheit raubte,
Jeder Wintersturm die Holde mied,
O! da säuselt durch die belaubte
Myrte Zephir sanft das erste Lied.

Eva lauschte im Gebüsch daneben
Und empfand mit Jugendphantasie
Dieser Töne jugendliches Leben
Und die neugeborne Harmonie.
Süßen Trieb empfand auch Philomele
Leise nachzubilden diesen Klang,
Mühelos entströmte ihrer Kehle
Sanft der göttliche Gesang.

Himmlische Begeistrug floß hernieder
In der Huldin reingestimmte Brust,
Und ihr Mund ergoß in Freudenlieder
Und in Dankgesängen ihre Lust,
Tiere, Vögel, selbst die Palmenäste
Neigten staunender zu ihr sich hin.
Alles schwieg, es buhlten nur die Weste
Froh um ihre Schülerin.

Göttin Dichtkunst kam in Rosenblüte
Hoher Jugend eingehüllt herab
Aus dem Äther, schön wie Aphrodite,
Du ihr Ozean das Dasein gab.
Goldne Wölkchen trugen sie hernieder,
Sie umfloß der reinste Balsamduft,
Kleine Genien ertönten Lieder
In der tränenlosen Luft.

NOVALIS
(d.i. Georg Friedrich Philipp Freiherr von Hardenberg — 1772-1801)
Uit: Das lyrische Werk 1788-1793
__________

Zie eveneens de bijdrage met Aforismen van deze zelfde auteur, op onze zustersite Tempel der Wijze Woorden van heden.
__________
Afbeelding: Novalis; foto naar een marmeren borstbeeld van Fritz Schaper (1841-1919).

Storm woedde in November, evenzeer Rond 1900

Franstalige November-poëzie
Wat is er dezer dagen passender dan enkele voorbeelden uit de internationale literatuur van Rond 1900 te citeren, die alle de maand november en/of de wind tot thema hebben. Immers, we leven nog drie weken in de maand met die naam en van de wind weten alle bewoners van ons land — de ene weliswaar wat meer dan de andere — goed mee te praten, aangezien de wind, met kracht negen, de betiteling van storm verdient en in combinatie met springtij de gemoederen aardig heeft beziggehouden, en hoewel dat laatste achter de rug is, blijft het nog wel even hard tot zeer krachtig waaien met stormvlagen. Om greep op die materie te (kunnen) krijgen, hebben we uit de Franstalige schone letteren, van een eeuw en inmiddels alweer langer geleden, enkele poëtische voorbeelden van verschillende auteurs uitgekozen, welke wij u successievelijk in deze kolommen zullen presenteren. Van de twee schrijvers, die we in deze context heden voor u hebben, beginnen met degene, die het oudste van de geciteerde gedichten heeft gecomponeerd.

EN NOVEMBRE

La pluie erre, pleurante, et c'est la mort des choses.
Les tristes mois bretons gémissent un long deuil:
Quelque pauvre de Dieu frappe à mes vitres closes;
Des sabots de misère ont sonné sur mon seuil. . . ,

— Entre, bon mendiant, chemineur de grand'route. . .!
Il s'est assis dans l'âtre, a béni les tissons,
Puis, se signant au coeur, grave, il m'a dit: "Écoute
Le vieux chercheur de pain, ô chercheur de chansons."

Alors il a chanté. . . De sa longue mémoire,
A l'appel de sa voix, ont surgi, tour à tour
Et les noires Guerziou, rudes comme l'histoire,
Et les blanches Soniou, douces comme l'amour.

Salut, fragments sacrés de nos frustres annales,
Ame d'un peuple éparse aux lèvres des chanteurs!
Salut, fleurs de bruyère idylles virginales!
Salut, vers de granit, sculptés par des pasteurs!

Salut adieu plutôt, mystiques aventures!
Refrains chastes, adieu! vos jours sont révolus;
Et c'est fini de vous, et les mère futures
Aux berceaux des enfants ne vous chanterons plus

Et ce morne ossuaire, hélas! qu'on nomme un livre,
Par nos pieuses mains tristement entassés,
Il vous faudra pourrir, vous qui nous faisiez vivre,
Oubliés des ingrats que vous avez bercés.

Ah! quand vous serez morts, morte aussi, la Bretagne
S'étendra toute nue en son linceul d'hiver.
Et les rochers pensifs qui gardent la montagne
Descendront des sommets pour rentrer dans la mer,

Les saints mêmes, les saints s'enfuiront des églises.
On les verra partir, le rêve celte au front
Et s'essuyant les yeux avec leurs barbes grises,
Dans leur auges de pierre ils se rembarqueront.

Les derniers mendiants qui vous chantaient aux portes,
Si beaux qu'on les eût pris pur les portraits d'aïeux,
Chercheront à l'écart un lit de feuiles mortes
Où mourir, comme on meurt chez nous, — silencieux

(Uit: Le Chanson de Bretagne, 1892)
ANATOLE LE BRAZ (1859-1926)

De schrijver
Anatole Le Braz werd in april 1859 als Jean-François Marie Lebras te Sain-Servais/Côtes du Nord geboren. Hij studeerde aan het Lycée Saint-Louis te Parijs, en werd later leraar filosofie aan het Collège d'Estampes. Van 1886 tot 1901 in dezelfde functie werkzaam te Quimper. Vanaf dat jaar was hij bijna een kwart eeuw, tot 1924, docent voor Franse literatuur te Rennes. Twee jaar later overleed hij in de maand maart te Menton.
Kort na de eeuwwisseling is er, behalve een roman (1904) en een bundel novellen (1905) verder geen nieuw werk van zijn hand verschenen. In het jaar voor zijn verscheiden heeft hij nog een Inleiding geschreven voor een Anthologie de Bretagne (1925), die overigens een prima overzicht geeft van zijn eigen werkzaamheid op dat terrein. Le Braz heeft zoveel mogelijk de Bretonse folklore in het middelpunt gesteld en daarmee getracht deze levend te houden en te blijven verspreiden. Uit dat alles blijkt de diepgewortelde liefde voor zijn geboortegrond met de vele grandioze verhalen en de legenden waarin niet alleen deze culturele monumenten, maar evenzeer de mensen centraal stonden. Reeds in zijn eerste bundel, La Chanson de Bretagne (1892) neemt hij het op voor de aloude tradities, die reeds toen onderhevig waren aan 'slijtage' en in latere jaren op de rand van een totaal verdwijnen balanceerden. Diezelfde benadering heeft hij toegepast in zijn verhalen en andersoortige letteren.
Veel letteren-geleerden noemen Le Braz in hun overzichten van de Franse literauur slechts terloops of met enkele regels, en consequent in de hoofdstukken regionale literatuur, zij het altijd met respect.

Émile Verhaeren
De, in 1855 in het Vlaamse Saint-Amand geboren, Belgische dichter overleed op 27 november 1916 in het Franse Rouen, ten gevolge van een treinongeluk. Hoewel dat laatste feit dikwijls ontbreekt in tal van literatuurlexica, is het toch van doorslaggevende betekenis geweest voor het einde van een literaire carrière, al moet daaraan worden toegevoegd dat de Dood, in welke vorm dan ook, dit altijd nogal definitief bewerkstelligt.
Zijn debuutbundel uit 1883, Les Flamandes, is gebaseerd op tal van indrukken die hij heeft overgehouden van naturalistische schilderijen, die voor hem even overweldigend waren als de doeken van Jacob Jordaens (1593-1678) en Jan Steen (1626-1679). Na deze bundel zouden er gedurende de daaropvolgende drie decennia met grote regelmaat nieuwe volgen.
Voordat Verhaeren echter zijn literaire productie had kunnen realiseren, had hij, zoals de meeste andere mensen, doch in zijn geval aardig wat meer, educatie genoten. Evenals Maurice Maeterlinck (1862-1949) en Georges Rodenbach (1855-1898) heeft Verhaeren de Jezuïetenschool Sainte-Barbe in Gent bezocht. Met hen bleef hij in vriendschappelijk contact. Daarna is hij te Leuven rechten gaan studeren en in 1881 heeft hij zich weliswaar als advocaat in de Belgische hoofdstad gevestigd, maar heeft hij zich uitsluitend aan de literatuur gewijd. Hij was mede-oprichter van de Beweging Jeune Belgique. Hij werd medewerker van het tijdschrift Art moderne, en maakte reizen naar Engeland, Duitsland en Spanje. In 1887 raakte hij in een diepe ziels-crisis, die vier jaar zou aanhouden, maar die hij heeft kunnen overwinnen door zich te concentreren op sociale problemen. Hij werkte daartoe onder meer in het Brusselse Maison du Peuple.
In 1891 trad hij in het huwelijk en sedertdien woonde Verhaeren afwisselend in Brussel en Parijs. Onder invloed van de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-1892) is veel van zijn lyriek ontstaan, die niet alleen diens zeggingskracht qua veelzijdigheid in het taalgebruik vertoont, maar hier en daar met beelden werkt, die zoveel barokke elementen inhouden dat er van overdaad mag worden gesproken.
Uit Verharens lied over de wind in november past in dit kader het best: het is zeker een Vlaams gegeven: de stormwind die de kust teistert en eventueel veel ten detrimente veroorzaakt. Niet alleen langs de heel directe kust, doch tevens "rond Gent en Brugge", en die "warme tranen breekt", hetgeen we bij een veel latere, eveneens Vlaamse, evenzeer in het Frans letterlijk en figuurlijk zingende, poëet aantreffen: Jacques Brel (1929-1978).

LE VENT

Émile VerhaerenSur la bruyère longue infiniment,
Voici le vent cornant Novembre,
Sur la bruyère, infiniment,
Voici le vent
Qui se déchire et se démembre,
En souffles lourds battant les bourgs,
Voici le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Aux puits des fermes,
Les seacux de fer et es poulies
Grincent.
Aux citernes des fermes,
Les seaux et les poulies
Grincent et crient
Toute la mort dans leur mélancolies.

Le vent rafle, le longde l'eau
Les feuilles mortes des bouleaux,
Le vent mort dans les branches
Des nids d'oiseaux;
Le vent râpe du fer
Et peigne au loin des avalanches,
— Rageusement — du vieil hiver,
Rageusement, le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Dans les étables lamentables
Les lucarnes rapiécées
Ballotent leurs loques falotes
De vitre et de papier.
— Le vent sauvage de Novembre! —
Sur sa butte de gazon bistre,
De bas en haut, à travers airs,
De haut en bas, à coups d'éclairs,
Le moulin noir fauche, sinistre,
Le moulin noirfauche le vent,
Le vent,
Le vent sauvage de Novembre.

Les vieux chaumes à cropetons,
Autour de leur clochers d'église,
Sont soulevés sur leurs bâtons;
Les vieux chaumes et eur auvents
Claquent au vent,
Au vent sauvage de Novembre.
Les croix du cimétière étroit,
Les bras des morts que sont des croix,
Tombent comme un grand vol,
Rabattu noir, cntre le sol.

Le vent sauvage de Novembre,
Le vent,
L'avez-vous rencontré le vent,
Au carrefour des trois cent routes;
L'avez-vous rencontré le vent,
Celui des peurs et des déroutes;
'avez-vous vu cette nuit-la
Quand il jeta lu lune à bas,
Et que, n'en puvant plus,
Toutes les villages vermoulus
Criaient comme des bêtes
Sos la tempête?

Sur la bruyère, infiniment,
Voici le vent hurlant ,
Voici le vent cornant Novembre.

(Uit: Les Forces tumultueuses, 1902)
N.B. In diverse anthologieën en bundels met een selectie uit het werk van deze dichter staat dat het bewuste gedicht afkomstig is uit Les villages illusoires (1895).
___________
Afbeeldingen
1. Anatole Le Braz.
2. Émile Verhaeren.